zaterdag 9 oktober 2010

Goede tijden, slechte tijden...

De meesten van ons zijn geconditioneerd in hun denken, en het is heel moeilijk voor ons om dat te veranderen. Dat is het enige dat ons verhindert om de werkelijkheid te zien. Zolang je in vaste patronen denkt, vallen die samen met het universum en de wereld, en zie je de dingen zoals ze lijken te zijn, maar niet zoals ze zijn. Je kijkt uit het raam en je ziet een mooie boom, een prachtige lucht, bossen, een meer. Dat klinkt goed. Je kijkt de andere kant op en je ziet rellen, de onmenselijkheid van mens tot mens, vernieling, aardbevingen. Hoe verenig je dat met elkaar? Kijk naar je eigen persoonlijke leven. Je kent goede tijden en slechte tijden, en op basis daarvan weet je wat je wel en niet wilt meemaken. Je wilt de goede tijden meemaken, niet de slechte tijden. Maar wat je dan niet begrijpt is dat waar er slechte tijden zijn, er ook goede tijden zijn. En waar er goede tijden zijn, zijn er ook slechte tijden. Je kunt niet het ene hebben zonder het andere. Dat kan nooit.

Om dat te illustreren heb je het verhaal van de twee kikkers. Die sprongen per ongeluk in een kan melk. Het waren een dikke kikker en een dunne kikker. En ze konden er niet uit. Ze zwommen maar rond, de kanten waren glibberig, en de dikke kikker zei tegen de dunne: 'Broeder kikker, het heeft geen zin om hier rondjes te blijven draaien. We gaan verdrinken, dus ik kan beter opgeven.' De dunne kikker zei: 'Hou vol, broeder, blijf rondspartelen. Iemand zal ons er wel uithalen.' Ze spartelden urenlang rond. Toen zei de dikke kikker opnieuw: 'Broeder, ik word heel moe nu. Ik hou er mee op en ga verdrinken. Niemand kan ons hier ooit uit krijgen. Het is zondag, niemand werkt. We zijn gedoemd te sterven. We kunnen hier onmogelijk uitkomen.' En de dunne kikker zei: 'Blijf het proberen. Blijf rondspartelen. Er gaat iets gebeuren, blijf rondspartelen.' Weer gingen er een paar uur voorbij. En de dikke kikker zei: 'Ik kan niet meer. Het heeft geen zin, want we gaan toch verdrinken. Wat voor zin heeft het?' En hij liet los, hij gaf op. Hij verdronk in de melk. Maar de dunne kikker bleef rondspartelen. Tien minuten later voelde hij iets hards onder zijn voeten. Hij had de melk tot boter gekarnd en sprong uit de kan.

Zo is het met ons ook. We maken zoveel mee in ons leven. We denken dat er geen uitweg is. We denken dat we mensen zijn en verstrikt zitten in maya. We moeten bepaalde ervaringen doormaken, en lijden, en gelukkig zijn, en van alles doen. Maar als ik de waarheid met jullie deel, dat er geen maya is, dat er geen universum is, lijkt het of er niets is. Het is alleen maar je geest die die omstandigheden creëert, en je geest bestaat niet.
(Robert Adams)


Robert Adams

1 opmerking:

Walter zei

Tja...
Vr. groet, zomaar vanuit het "niets".