zaterdag 26 september 2015
Bewustzijn is het waarnemen zelf
Dat wat je bent is een mysterie.
Je kunt daar woorden aan geven als stilte, aanwezigheid of bewustzijn,
maar het blijft een mysterie dat niet in woorden kan worden uitgedrukt.
Bewustzijn is niet te bevatten.
Het is geen object, geen ding dat je kunt onderzoeken.
Je zou het kunnen vergelijken met lege ruimte, dat is ook ongrijpbaar.
Het heeft geen grenzen. Waar begint lege ruimte en waar eindigt het?
Je kunt lege ruimte op zich niet waarnemen als een ding,
je kunt er alleen maar weet van hebben
doordat er waarneembare objecten in verschijnen.
Stel je eens een leeg universum voor, zonder planeten en sterren.
Zou je enig idee hebben van ruimte of tijd?
Het bestaan van ruimte kan niet direct worden gekend,
het kan alleen indirect worden afgeleid uit het bestaan
van de objecten die zich erin bevinden.
Zo is het ook met bewustzijn.
Je kunt het niet tot een object van waarneming maken,
want het is het waarnemen zelf!
Dit waarnemen is je diepste essentie, dit is wat je bent.
Dit soort taalgebruik kan overigens heel misleidend zijn,
want zodra er sprake is van een Jij die bewustzijn is,
dan creëren die woorden onmiddellijk alweer een idee
van een afgescheiden iemand wiens identiteit bewustzijn is of stilte.
Taal is eigenlijk geen geschikt medium om de waarheid
over jezelf over te brengen,
taal zal altijd verwarring en dualiteit creëren.
En toch doe ik maar een poging.
Er is niet iemand die bewustzijn is, er is alleen maar bewustzijn,
er is alleen maar eenheid, en binnen die open ruimte
van bewustzijn kan het idee verschijnen een afgezonderd persoon te zijn.
De persoon kan worden gekend,
maar bewustzijn zelf kan niet worden gekend.
Het bestaan van bewustzijn kan slechts worden afgeleid
uit de aanwezigheid van gedachten en andere sensaties
die erin verschijnen,
net zoals je het bestaan van lege ruimte alleen maar kunt afleiden
uit de objecten die erin verschijnen.
Je kunt jezelf, als bewustzijn, feitelijk dus niet kennen,
je kunt alleen maar weten wat je niet bent:
alle waarneembare sensaties.
Weten wie je bent betekent dus vooral dat je inziet wat je niet bent.
Je kunt daar woorden aan geven als stilte, aanwezigheid of bewustzijn,
maar het blijft een mysterie dat niet in woorden kan worden uitgedrukt.
Bewustzijn is niet te bevatten.
Het is geen object, geen ding dat je kunt onderzoeken.
Je zou het kunnen vergelijken met lege ruimte, dat is ook ongrijpbaar.
Het heeft geen grenzen. Waar begint lege ruimte en waar eindigt het?
Je kunt lege ruimte op zich niet waarnemen als een ding,
je kunt er alleen maar weet van hebben
doordat er waarneembare objecten in verschijnen.
Stel je eens een leeg universum voor, zonder planeten en sterren.
Zou je enig idee hebben van ruimte of tijd?
Het bestaan van ruimte kan niet direct worden gekend,
het kan alleen indirect worden afgeleid uit het bestaan
van de objecten die zich erin bevinden.
Zo is het ook met bewustzijn.
Je kunt het niet tot een object van waarneming maken,
want het is het waarnemen zelf!
Dit waarnemen is je diepste essentie, dit is wat je bent.
Dit soort taalgebruik kan overigens heel misleidend zijn,
want zodra er sprake is van een Jij die bewustzijn is,
dan creëren die woorden onmiddellijk alweer een idee
van een afgescheiden iemand wiens identiteit bewustzijn is of stilte.
Taal is eigenlijk geen geschikt medium om de waarheid
over jezelf over te brengen,
taal zal altijd verwarring en dualiteit creëren.
En toch doe ik maar een poging.
Er is niet iemand die bewustzijn is, er is alleen maar bewustzijn,
er is alleen maar eenheid, en binnen die open ruimte
van bewustzijn kan het idee verschijnen een afgezonderd persoon te zijn.
De persoon kan worden gekend,
maar bewustzijn zelf kan niet worden gekend.
Het bestaan van bewustzijn kan slechts worden afgeleid
uit de aanwezigheid van gedachten en andere sensaties
die erin verschijnen,
net zoals je het bestaan van lege ruimte alleen maar kunt afleiden
uit de objecten die erin verschijnen.
Je kunt jezelf, als bewustzijn, feitelijk dus niet kennen,
je kunt alleen maar weten wat je niet bent:
alle waarneembare sensaties.
Weten wie je bent betekent dus vooral dat je inziet wat je niet bent.
(Erik van Zuydam)
vrijdag 18 september 2015
Diep vertrouwen
Jij, zoals je bent, bent precies goed.
Je gelaat, lichaam, naam, achternaam,
Voor jou zijn ze precies goed.
Of je nu arm of rijk bent,
Je ouders, je kinderen,
Je schoondochter, je kleinkinderen,
Ze zijn voor jou allemaal precies goed.
Geluk, ongeluk, vreugde en zelfs verdriet.
Voor jou, zijn ze precies goed.
Het leven dat je geleid hebt is goed noch slecht,
Voor jou is het precies goed.
Of je nu naar de hel gaat of het Reine Land,
Waar je ook gaat, het is precies goed.
Niets om over op te scheppen,
niets om zich schuldig over te voelen,
Niets boven, niets beneden.
Zelfs de dag en de maand waarop je sterft,
Zelfs deze zijn precies goed.
Het leven waarin je wandelt met Amida,
Het kan op geen enkele manier niet precies goed zijn.
Wanneer je je leven aanvaardt als precies goed,
Dan begint zich een diep vertrouwen te openen.
Je gelaat, lichaam, naam, achternaam,
Voor jou zijn ze precies goed.
Of je nu arm of rijk bent,
Je ouders, je kinderen,
Je schoondochter, je kleinkinderen,
Ze zijn voor jou allemaal precies goed.
Geluk, ongeluk, vreugde en zelfs verdriet.
Voor jou, zijn ze precies goed.
Het leven dat je geleid hebt is goed noch slecht,
Voor jou is het precies goed.
Of je nu naar de hel gaat of het Reine Land,
Waar je ook gaat, het is precies goed.
Niets om over op te scheppen,
niets om zich schuldig over te voelen,
Niets boven, niets beneden.
Zelfs de dag en de maand waarop je sterft,
Zelfs deze zijn precies goed.
Het leven waarin je wandelt met Amida,
Het kan op geen enkele manier niet precies goed zijn.
Wanneer je je leven aanvaardt als precies goed,
Dan begint zich een diep vertrouwen te openen.
(Taitetsu Unno)
zaterdag 12 september 2015
Liefde is levensenergie
We vinden vaak dat we niet genoeg liefde krijgen.
Dit is een weerspiegeling van het feit dat we zelf niet liefhebben,
dat we niet weten hoe we ons vermogen om liefde te voelen moeten aanspreken.
Liefde is geen activiteit, het is niet iets wat je doet voor of met elkaar.
In liefde is er geen object of subject.
Liefde is er wanneer de dualiteit object-subject afwezig is,
Dit is een weerspiegeling van het feit dat we zelf niet liefhebben,
dat we niet weten hoe we ons vermogen om liefde te voelen moeten aanspreken.
Liefde is geen activiteit, het is niet iets wat je doet voor of met elkaar.
In liefde is er geen object of subject.
Liefde is er wanneer de dualiteit object-subject afwezig is,
wanneer er geen 'tweeheid' is.
Het gevoel dat er niet genoeg van ons gehouden wordt
is in feite hetzelfde als onze behoefte aan liefde.
Het is in feite het verlangen naar opheffing van de afgescheidenheid
Als we de aard van ons denken en ons ego hebben ontdekt,
Het gevoel dat er niet genoeg van ons gehouden wordt
is in feite hetzelfde als onze behoefte aan liefde.
Het is in feite het verlangen naar opheffing van de afgescheidenheid
waarin onze ego's bestaan.
Dat opheffen vindt niet ineens plaats wanneer iemand van ons gaat houden.
Het vindt ook niet ineens plaats wanneer wij van iemand anders gaan houden.
Liefde kent geen oorzakelijk verband.
Ze kan niet worden gecreëerd, beoefend of onderwezen.
We kunnen nauwgezet onderzoeken wie we zijn en in onszelf
We kunnen nauwgezet onderzoeken wie we zijn en in onszelf
de structuur van afgescheidenheid en verdeeldheid ontdekken
die eigen is aan denken, herinnering en ego.
We kunnen alles loslaten en stil worden.
Liefde, de vitale energie en expressie van het leven, is heel.
Het denken kan deze energie niet benaderen.
Met woorden is zij niet te vangen.
Deze energie van heelheid kan niet voor een bepaald doel
worden aangewend of worden gescheiden.
Wij zijn haar en zij is ons.
Dit is niet het antwoord op onze vraag, het is het wegvallen van de vraag.
Als we de aard van ons denken en ons ego hebben ontdekt,
kan het gebeuren dat we door deze poort gaan en in de stilte terechtkomen.
We hebben een wereld van versplintering achtergelaten
en er een betreden die heel is, maar ook leeg.
Bij afwezigheid van een benoemer zijn er ook geen namen.
Bij afwezigheid van een subject is er ook geen object. Dit is leegte.
Het egocentrum functioneert niet langer.
Het egocentrum functioneert niet langer.
Omdat niets deze energie wegzuigt is er een enorme hoeveelheid vitaliteit.
En omdat er geen barrières zijn stroomt de creativiteit overvloedig.
Uit dit oneindige reservoir van stilheid stroomt de levensenergie
die zich in en door ons uitdrukt.
Deze energie is niet onderhevig aan de wetmatigheid van oorzaak en gevolg.
Deze energie is niet onderhevig aan de wetmatigheid van oorzaak en gevolg.
Daarom kunnen we niets zeggen over de aard ervan.
Ze laat zich niet ontleden of manipuleren door het denken.
We zijn niet degenen die deze energie ervaren of ontdekken.
Wij zijn deze energie - tot expressie komend, zich manifesterend,
zichzelf onderzoekend en uiteenvallend.
(Steven Harrison)
zondag 6 september 2015
In mijn einde is mijn begin
In het Begin van alle Beginnen
was de Ledige Ruimte van het Ledige
- het Nameloze.
En in het Nameloze was de Ene
- zonder lichaam en zonder vorm.
Deze Ene
- dit Wezen waaraan allen hun bestaan ontlenen -
is de Levende.
Uit de Levende komt het Vormloze, het Ongedeelde.
Uit het zijn van dit Vormloze vloeit alle Bestaan voort
en ieder Bestaan naar gelang van zijn innerlijke principe.
Dit is Vorm. Hier omhelst en voedt het lichaam de geest.
De twee werken tezamen als één;
zij openbaren hun karakters, die in elkaar overlopen.
Dit heet Natuur.
Hij die de Natuur gehoorzaamt,
keert via Vorm en Vormloos terug naar de Levende.
En in de Levende bevindt zich het Onbegonnen Begin.
De versmelting van het Onbegonnen Begin
met de Levende is Gelijkheid.
De Gelijkheid is het Ledige en het Ledige is oneindig.
De vogel opent zijn bek en zingt;
daarna sluit de bek zich weer tot stilte.
Zo ontmoeten ook de Natuur en de Levende
elkaar in het Ledige.
Zoals het sluiten van de vogelbek na zijn lied.
Hemel en aarde vallen samen in het Begin
dat Onbegonnen is, en alles is dwaasheid,
alles is onbekend,
alles is als het stamelen van de gek;
alles is zonder verstand!
Gehoorzamen is als het sluiten van de vogelbek
en terugvallen op het Onbegonnen Begin.
was de Ledige Ruimte van het Ledige
- het Nameloze.
En in het Nameloze was de Ene
- zonder lichaam en zonder vorm.
Deze Ene
- dit Wezen waaraan allen hun bestaan ontlenen -
is de Levende.
Uit de Levende komt het Vormloze, het Ongedeelde.
Uit het zijn van dit Vormloze vloeit alle Bestaan voort
en ieder Bestaan naar gelang van zijn innerlijke principe.
Dit is Vorm. Hier omhelst en voedt het lichaam de geest.
De twee werken tezamen als één;
zij openbaren hun karakters, die in elkaar overlopen.
Dit heet Natuur.
Hij die de Natuur gehoorzaamt,
keert via Vorm en Vormloos terug naar de Levende.
En in de Levende bevindt zich het Onbegonnen Begin.
De versmelting van het Onbegonnen Begin
met de Levende is Gelijkheid.
De Gelijkheid is het Ledige en het Ledige is oneindig.
De vogel opent zijn bek en zingt;
daarna sluit de bek zich weer tot stilte.
Zo ontmoeten ook de Natuur en de Levende
elkaar in het Ledige.
Zoals het sluiten van de vogelbek na zijn lied.
Hemel en aarde vallen samen in het Begin
dat Onbegonnen is, en alles is dwaasheid,
alles is onbekend,
alles is als het stamelen van de gek;
alles is zonder verstand!
Gehoorzamen is als het sluiten van de vogelbek
en terugvallen op het Onbegonnen Begin.
(Thomas Merton - naar Zhuangzi)
maandag 31 augustus 2015
De Ene is de onbenoembare
De Ene is een verzamelbegrip.
Net zoals de sterrenhemel een verzamelbegrip is.
De Ene is de onbenoembare die ten grondslag ligt aan alle wording, al het wordende,
en die zelf rechtstreeks uitdrukking is van het zijn. De Ene is zijn in bewustzijn.
Inderdaad gaat wording gepaard met bewustzijnsverlies.
Anders is metamorfose ofwel het spel der vormen niet mogelijk.
Eigen aan dit spel der vormen is het dat het bewustzijn alle mogelijke gedaanten
doorgaat en zich tijdelijk identificeert met iedere ‘gewenste’ vorm.
Dit proces is bekend.
Minder bekend is het dat op deze weg de Ene zich zodanig in zichzelf uitdrukt
dat als het ware afspiegelingen ontstaan die schijnbaar een eigen leven leiden.
Deze afspiegelingen zijn in verhouding als druppels van een oceaan,
maar ze hebben al snel de neiging zichzelf als de oceaan te beschouwen.
Deze afspiegelingen zoeken toch op de lange duur hun weg terug naar de Ene.
Nu is het op de keper beschouwd voor de Ene niet belangrijk of afspiegelingen
al dan niet terugkeren. Dit is voor mensen een moeilijk te verdragen gegeven.
Dat wil zeggen dat de Ene op de doorgaande reis niet terugkijkt.
En slechts dan de aandacht richt op het losgelatene
wanneer dit zich eigener beweging tot hem wendt.
De weg van afspiegeling tot wending naar de Ene is de weg
die ook wel genoemd wordt: de weg van de mens.
Een mens die zich wendt tot de Ene gaat voor het eerst
het pad van eigenlijke inwijding.
Ook daarvóór zijn er in het natuurlijk ritme markeringen te onderscheiden
die inwijdingen kunnen worden genoemd.
In essentie echter is de eerste inwijding die,
waarbij vanuit de mens de verbinding wordt gemaakt met de Ene;
daarop wordt vanzelf geantwoord met het vuur dat de Ene is.
Dit vuur, waarover ook gesproken wordt als de doop door vuur,
is de eigenheid van herkenning, die liefde genoemd kan worden,
maar die verschrikkelijk is om te ervaren voor alles wat naar continuïteit streeft.
Daarom is deze inwijding, hoezeer ook gewenst, volstrekt ongewenst.
Alles in de persoonlijkheid, hoezeer zij zich ook richt op de ziel,
vreest deze ontmoeting.
En toch weet zij dat zij zonder deze ontmoeting verkommert.
Dat is het grote dilemma.
Mensen worden in hun hoofd gebroken, zodra zij echt mens zijn geworden.
Alles wat tot dat moment waarde had valt weg.
Dan zijn zij bereid om te ontvangen en te ervaren wat niet ontvangen
en niet ervaren kan worden. Deze weg brengt grote vreugde.
Wie daar staat ervaart dat veel wat hij zichzelf noemde,
niet getransformeerd kan worden binnen een bepaald tijdsbestek.
Hij staat daar voor de keuze zich terug te trekken naar
en zich te bepalen tot het nog niet getransformeerde en zich daaraan te wijden
óf zich ervan los te maken.
Deze laatste mogelijkheid is nog niet algemeen bekend.
Dat doorgaan mogelijk is.
Net zoals de Ene altijd doorgaat en niet omziet.
Net zoals de sterrenhemel een verzamelbegrip is.
De Ene is de onbenoembare die ten grondslag ligt aan alle wording, al het wordende,
en die zelf rechtstreeks uitdrukking is van het zijn. De Ene is zijn in bewustzijn.
Inderdaad gaat wording gepaard met bewustzijnsverlies.
Anders is metamorfose ofwel het spel der vormen niet mogelijk.
Eigen aan dit spel der vormen is het dat het bewustzijn alle mogelijke gedaanten
doorgaat en zich tijdelijk identificeert met iedere ‘gewenste’ vorm.
Dit proces is bekend.
Minder bekend is het dat op deze weg de Ene zich zodanig in zichzelf uitdrukt
dat als het ware afspiegelingen ontstaan die schijnbaar een eigen leven leiden.
Deze afspiegelingen zijn in verhouding als druppels van een oceaan,
maar ze hebben al snel de neiging zichzelf als de oceaan te beschouwen.
Deze afspiegelingen zoeken toch op de lange duur hun weg terug naar de Ene.
Nu is het op de keper beschouwd voor de Ene niet belangrijk of afspiegelingen
al dan niet terugkeren. Dit is voor mensen een moeilijk te verdragen gegeven.
Dat wil zeggen dat de Ene op de doorgaande reis niet terugkijkt.
En slechts dan de aandacht richt op het losgelatene
wanneer dit zich eigener beweging tot hem wendt.
De weg van afspiegeling tot wending naar de Ene is de weg
die ook wel genoemd wordt: de weg van de mens.
Een mens die zich wendt tot de Ene gaat voor het eerst
het pad van eigenlijke inwijding.
Ook daarvóór zijn er in het natuurlijk ritme markeringen te onderscheiden
die inwijdingen kunnen worden genoemd.
In essentie echter is de eerste inwijding die,
waarbij vanuit de mens de verbinding wordt gemaakt met de Ene;
daarop wordt vanzelf geantwoord met het vuur dat de Ene is.
Dit vuur, waarover ook gesproken wordt als de doop door vuur,
is de eigenheid van herkenning, die liefde genoemd kan worden,
maar die verschrikkelijk is om te ervaren voor alles wat naar continuïteit streeft.
Daarom is deze inwijding, hoezeer ook gewenst, volstrekt ongewenst.
Alles in de persoonlijkheid, hoezeer zij zich ook richt op de ziel,
vreest deze ontmoeting.
En toch weet zij dat zij zonder deze ontmoeting verkommert.
Dat is het grote dilemma.
Mensen worden in hun hoofd gebroken, zodra zij echt mens zijn geworden.
Alles wat tot dat moment waarde had valt weg.
Dan zijn zij bereid om te ontvangen en te ervaren wat niet ontvangen
en niet ervaren kan worden. Deze weg brengt grote vreugde.
Wie daar staat ervaart dat veel wat hij zichzelf noemde,
niet getransformeerd kan worden binnen een bepaald tijdsbestek.
Hij staat daar voor de keuze zich terug te trekken naar
en zich te bepalen tot het nog niet getransformeerde en zich daaraan te wijden
óf zich ervan los te maken.
Deze laatste mogelijkheid is nog niet algemeen bekend.
Dat doorgaan mogelijk is.
Net zoals de Ene altijd doorgaat en niet omziet.
(Hans Korteweg)
dinsdag 25 augustus 2015
Reflecties - XIX
Waarheid kan niet door denken worden bereikt
Het was een mooi huisje op het platteland met een grasveld
dat jaren achtereen was gewalst, gemaaid en gewied.
De hele plek was goed onderhouden, vruchtbaar en aantrekkelijk.
Achter het huis was een kleine groentetuin;
het was een heerlijke plek die door een vriendelijk beekje
dat nauwelijks geluid maakte, werd begrensd.
De deur ging open en werd door een boeddhabeeld,
dat daar achteloos werd neergezet, op zijn plaats gehouden.
De eigenaar was zich totaal niet bewust van wat hij deed;
voor hem was het een deurstop.
Je vroeg je af of hij hetzelfde zou doen
met een beeld dat hijzelf vereerde,
want hij was een christen...
Je loochent de heilige voorwerpen van anderen
maar houdt die van jezelf in ere;
het geloof van anderen is bijgeloof
maar dat van jou is redelijk en echt.
Wat is heilig?
Niet de dingen die door de geest, de hand of de zee zijn gemaakt.
Het symbool is nooit de werkelijkheid;
het woord gras is niet het gras in het veld;
het woord god is niet god.
Het woord omvat nooit het geheel,
hoe knap een beschrijving ook mag zijn.
Het woord heilig heeft op zich geen betekenis;
het wordt slechts heilig in relatie met iets, illusoir of werkelijk.
Wat werkelijk is, zijn niet de woorden van de geest.
Werkelijkheid, waarheid, kan niet door denken worden bereikt.
Waar de waarnemer is, is geen waarheid.
Wil waarheid ontstaan, dan moet aan de denker
en zijn gedachten een einde komen.
Dan is dat wat is, heilig.
Als er geen liefde is, is niets heilig.
Liefde is volledig en daarin bestaat geen fragmentatie.
dat jaren achtereen was gewalst, gemaaid en gewied.
De hele plek was goed onderhouden, vruchtbaar en aantrekkelijk.
Achter het huis was een kleine groentetuin;
het was een heerlijke plek die door een vriendelijk beekje
dat nauwelijks geluid maakte, werd begrensd.
De deur ging open en werd door een boeddhabeeld,
dat daar achteloos werd neergezet, op zijn plaats gehouden.
De eigenaar was zich totaal niet bewust van wat hij deed;
voor hem was het een deurstop.
Je vroeg je af of hij hetzelfde zou doen
met een beeld dat hijzelf vereerde,
want hij was een christen...
Je loochent de heilige voorwerpen van anderen
maar houdt die van jezelf in ere;
het geloof van anderen is bijgeloof
maar dat van jou is redelijk en echt.
Wat is heilig?
Niet de dingen die door de geest, de hand of de zee zijn gemaakt.
Het symbool is nooit de werkelijkheid;
het woord gras is niet het gras in het veld;
het woord god is niet god.
Het woord omvat nooit het geheel,
hoe knap een beschrijving ook mag zijn.
Het woord heilig heeft op zich geen betekenis;
het wordt slechts heilig in relatie met iets, illusoir of werkelijk.
Wat werkelijk is, zijn niet de woorden van de geest.
Werkelijkheid, waarheid, kan niet door denken worden bereikt.
Waar de waarnemer is, is geen waarheid.
Wil waarheid ontstaan, dan moet aan de denker
en zijn gedachten een einde komen.
Dan is dat wat is, heilig.
Als er geen liefde is, is niets heilig.
Liefde is volledig en daarin bestaat geen fragmentatie.
(Jiddu Krishnamurti)
donderdag 20 augustus 2015
De Weg
Hoog en onbereikbaar
loopt de Weg
vol onverwachte bochten
rechtstreeks en direct
naar eeuwigheid.
Onvindbaar voor wie haar zoekt
nabij voor wie haar gaan wil.
Wie haar niet volgt, sterft,
hoe zijn er dan zo weinigen
op die Weg te vinden?
Om haar te betreden
moet dit worden gedaan:
het Vuur van Loutering
moet lange, lange tijd
onderhouden en doorstaan.
Wie dan die Weg gaat volgen
heeft geen idee waarheen het gaat,
slechts uiterst vastberaden
de Weg nooit meer te verlaten
wordt verder Niets gedaan.
Aldoor toelatend en volgend,
zwervend langs de voren en de sporen,
net zo lang tot hij
van zichzelf is ontdaan
en is opgelost tot niemand.
Dan is daar onverwacht direct
het ongezochte,
dat voortdurend al was:
de Weg eindigt waar zij begon.
(Rob Tans)
Abonneren op:
Posts (Atom)