maandag 14 maart 2011

Woorden over het onhoorbare

Het ene moment hoor je iemand die spreekt, 
en het volgende moment keert je gewaarwording zich plotseling naar binnen, 
hoor je geluidloosheid en weet je niet meer wie er spreekt en wie er luistert. 
Je beseft dat je je, ongeacht waar je bent en wat er gezegd wordt, 
bevindt op de 'plaats' waar geen geluid is, 
maar slechts een leegte die volkomen ontvankelijk is voor elk geluid. 
Om het woord te kunnen ontvangen moet je open zijn. 
Alle woorden verwijzen naar de kern van je bestaan. 
Die kern is leeg, geluidloos en volkomen stil. 
Daarom kun je horen wat er gezegd wordt. 
Woorden, welke ook, verwijzen naar de kern van geluidloosheid 
en maken je zo bewust van wat je werkelijk bent. 

Als de woorden wegsterven, val je de stilte in. 
Naarmate het geluid wegsterft, 
raak je steeds meer vervuld van hun betekenis, 
van datgene waarnaar ze verwijzen. 
Als het geluid is verdwenen, blijft alleen nog een diepe, 
onpersoonlijke liefde over voor dat wat je wezenlijk bent. 
In gedachteloosheid word je deel van het eeuwige, het onbeweeglijke. 
De wereld der verschijnselen bestaat uit beweging, 
maar het uiteindelijke stiltepunt beweegt nooit. 
Als je gedachten stilvallen word je deel van het eeuwige dat nooit verandert.

Het zijn niet je oren die horen wat er gezegd wordt. 
Woorden zijn slechts voertuigen die je tot aan de ongrond brengen. 
Dan wordt een totale kwetsbaarheid intens voelbaar. 
Het is de kwetsbaarheid waar Lucebert op doelde toen hij schreef: 
'Alles van waarde is weerloos'. 
Zolang je jezelf nog als een persoon, als een aparte entiteit 
te midden van andere entiteiten ziet, zul je woorden horen. 
Maar hoe dieper je afdaalt in jezelf, 
hoe onhoorbaarder ze worden, tot je slechts stilte hoort. 
Die stilte heeft zijn eigen klank, de klank van het klankloze.
(Han van den Boogaard)

3 opmerkingen:

joo-expo zei

mooi...heel mooi

Walter zei

En daarom kom ik hier graag...

ank zei

Hetgeen hier geschreven is
ervaar ik als ik op mijn hurken zit in stilte de schoonheid van een insect onderga.
Niemand om me heen, niets hoor ik, alleen voel ik het alom aanwezige grote Universum.