dinsdag 7 december 2010
Door de stof heen
De stofwereld splijt, het ongekend-bekende wordt tot nieuw-geworden onbekende.
Stofwolken spatten waan-weten uiteen in een werveling van nieuw-wetend niets.
Wat was, is niet meer. Wat is, was reeds altijd daar.
O stroefheid, starheid, logheid en logica; waar is uw angel?
Illusies spatten eerst uiteen in een schaterlach van vormenspel om uiteindelijk op te lossen.
Volgens jullie is de schaduw het substantiële.
Voor jullie is het stoffelijke dus
een goedkoop stuk speelgoed geworden.
Wacht tot de dag waarop het materiële
haar vleugels ontvouwt.
Dan zul je bergen zacht als wol
en deze aarde van hitte en ijs als niets zien worden.
Je zult geen hemel, geen sterren
noch enig bestaan zien dan God alleen,
de Ene, de Levende, de Liefhebbende.
(Roemi)
Wie leeft in het duister van onwetendheid ontluistert de wereld door zijn materieel bewustzijn.
De werkelijkheid gereduceerd tot stof is inderdaad net zo grauw en zonder uitzicht als het begrip 'stof' in al z'n kleurloosheid zelf al aangeeft.
'Stof' is van generlei waarde, zelfs in het woord 'stofgoud' klinkt nauwelijks nog iets van wérkelijke waarde door.
Een goedkoop stuk speelgoed, is zowel zonder waarde, als wel een 'ding' geworden waarvoor geen verantwoordelijkheid meer gevoeld wordt. Een goedkoop stuk speelgoed is iets dat men van zich afwerpt, wanneer men 'uitgespeeld' is. Als de werkelijkheid voor een mens eenmaal een goedkoop stuk speelgoed is geworden, is iedere majesteit uit hem verdwenen, want hij ziet daarmee uiteindelijk ook zichzelf als deel van dezelfde waardeloze stof.
Wie daarentegen het concept 'materie' volledig uit z'n geest laat vallen, alsof het een overtollig en nodeloos zwaar begrip betrof, kan het meest solide plots weer zien als spetterende, fonkelende leegte.
De berg wordt transparant, een lieve dans van eindeloos bewustzijn.
Er is geen hemel, er zijn geen sterren.
The sun does not exist. Neither do you!
Wat een genoegen! Welk een plezier!
Niet tot stof te vergaan, maar doorhéén de stof weder op te staan.
(Wido Blokland)
zondag 5 december 2010
Meditatie
Echte meditatie heeft niets te maken met het beheersen van een techniek;
het gaat over het loslaten van controle.
Dat is meditatie.
Al het andere is in feite een vorm van concentratie.
Meditatie en concentratie zijn twee verschillende dingen.
Concentratie is een discipline; concentratie is een manier
om onze ervaring richting te geven, te leiden of te beheren.
Meditatie is de controle loslaten;
het leiden van je ervaring, op welke manier dan ook, loslaten.
Het fundament van Ware Meditatie is dat we controle laten varen.
Het is voor een mens heel ingrijpend om controle los te laten.
Het klinkt makkelijk om te zeggen : 'Laat alle controle los.'
Maar voor de meeste mensen bestaat hun psychische structuur,
hun psychologische zelf, hun ego, bijna helemaal uit controle.
Aan de geest of het ego vragen de controle op te geven
is dus een revolutionair idee.
Wanneer we loslaten, al is het maar even,
komen er gewisse verborgen angsten en aarzelingen omhoog.
'En als ik nu eens de controle loslaat',
zegt de geest, 'en er gebeurt niets?
En als ik ga zitten mediteren en alles laat zijn zoals het is,
en er gebeurt niets, wat dan?'.
Daarom grijpen we naar een methode of een discipline,
omdat de geest bang is, dat als hij de controle loslaat,
er niets zal gebeuren.
(Adyashanti )
vrijdag 3 december 2010
Essentie
De essentie van wie of wat we zijn
wacht altijd ongeboren en geduldig op herkenning.
Aanwezig in iedere schreeuw en lach.
Aanwezig zonder meer.
Deze maagdelijkheid altijd onbevlekt
afwachtend om gepenetreerd te worden.
De potente stilte baart
het oergas dat stroomt en ervaring wordt.
Als het begin van creatie.
Uit het niets ontstaat alles
alles is niets
niets is alles
al het ongeborene is geboren
al het sterfelijke verdwijnt.
Wat is er tussen verschijnen en verdwijnen?
Wie of wat is deze ingrond?
Dat wat nooit object kan zijn?
Dat wat vrij is van baarmoeders en graven?
Dat wat vrij is van zaad en as?
Dit Onnoembare is alles wat is,
de onzichtbare drager van het universum,
vrij van tijd en ruimte,
waarin het zich oneindig uitdrukt
(Naropa)
woensdag 1 december 2010
Denken en Hart
Het Zelf is het Hart, en brengt zelf licht voort. Verlichting komt voort uit het hart en bereikt de hersenen, die de zetel zijn van het denkvermogen. De wereld wordt gezien met het denkvermogen; zo zie je de wereld door het gereflecteerde licht van het Zelf. De wereld wordt waargenomen door de activiteit van het denkvermogen. Wanneer het denken is verlicht, is het zich bewust van de wereld; wanneer het niet verlicht is, is het zich niet bewust van de wereld.
Als het denken naar binnen wordt gekeerd, naar de bron van verlichting, houdt objectieve kennis op te bestaan, en alleen het Zelf straalt als het Hart.
De maan schijnt door het licht van de zon te reflecteren. Als de zon onder is, is de maan nuttig om dingen zichtbaar te maken. Wanneer de zon op is gekomen heeft niemand de naam nodig, ook al is de maanschijf aan de hemel nog zichtbaar. Zo is het ook met het denkvermogen en het Hart. Het denken is nuttig vanwege het licht dat het reflecteert. Het wordt gebruikt om dingen zichtbaar te maken. Als het naar binnen wordt gekeerd gaat het op in de bron van verlichting die uit zichzelf straalt, en het denken is dan als de maan bij dag.
Als het donker is heeft men een lamp nodig. Maar wanneer de zon op is heeft men de lamp niet nodig; het is voldoende als je je ogen op de zelflichtende zon richt. Zo is het ook met het denken; om objecten waar te nemen is het licht dat door het denken wordt gereflecteerd noodzakelijk. Om het Hart te zien is het voldoende dat het denken zich daarop richt. Dan doet het denken er niet meer toe en straalt het Hart vanuit zichzelf.
Als het denken naar binnen wordt gekeerd, naar de bron van verlichting, houdt objectieve kennis op te bestaan, en alleen het Zelf straalt als het Hart.
De maan schijnt door het licht van de zon te reflecteren. Als de zon onder is, is de maan nuttig om dingen zichtbaar te maken. Wanneer de zon op is gekomen heeft niemand de naam nodig, ook al is de maanschijf aan de hemel nog zichtbaar. Zo is het ook met het denkvermogen en het Hart. Het denken is nuttig vanwege het licht dat het reflecteert. Het wordt gebruikt om dingen zichtbaar te maken. Als het naar binnen wordt gekeerd gaat het op in de bron van verlichting die uit zichzelf straalt, en het denken is dan als de maan bij dag.
Als het donker is heeft men een lamp nodig. Maar wanneer de zon op is heeft men de lamp niet nodig; het is voldoende als je je ogen op de zelflichtende zon richt. Zo is het ook met het denken; om objecten waar te nemen is het licht dat door het denken wordt gereflecteerd noodzakelijk. Om het Hart te zien is het voldoende dat het denken zich daarop richt. Dan doet het denken er niet meer toe en straalt het Hart vanuit zichzelf.
(Sri Ramana Maharshi)
maandag 29 november 2010
Stilte
De golven van het denken
vragen zoveel van Stilte.
Maar zij zegt niets terug,
geeft geen antwoord of tegenargument.
Zij is de verborgen acteur van elke gedachte,
elk gevoel,
elk moment.
Stilte.
Zij spreekt slechts één woord.
En dat woord is dit bestaan zelf.
Geen naam die je haar geeft
komt in haar buurt,
omschrijft haar helemaal.
Geen begrip kan haar omvatten.
De geest werpt zich voor Stilte
en vraagt binnen te mogen.
Maar geen geest kan haar
stralende duisternis binnengaan.
Haar zuivere en glimlachende
niets.
De geest stort zich
in dringende vragen.
Maar Stilte blijft
onbewogen onder emotioneel geweld.
Ze vraagt slechts om niets.
Niets.
Maar dat wil je haar niet geven,
omdat dat je laatste dubbeltje is.
En je zou haar liever
jouw eisen geven dan
je oprecht lege handen.
><
Alles springt op om het mysterie te vieren,
maar alleen niets gaat de heilige bron binnen,
de zwijgende essentie.
Alleen niets wordt aangeraakt en heilig,
realiseert zijn eigen goddelijkheid,
beseft wat het is
zonder de hulp van één gedachte.
Stilte is mijn geheim.
Niet verborgen.
Niet verborgen.
(Adyashanti)
woensdag 24 november 2010
Het zelf vergeten
Alle dingen zijn Boeddha-dharma – daarom zijn er illusies, verwerkelijking,
oefening, geboorte en dood, boeddha's en schepselen.
De ontelbare dingen bezitten geen blijvend zelf – daarom zijn er geen illusies, geen verwerkelijking, geen oefening, geen geboorte en dood, geen boeddha's en schepselen.
De boeddha-weg is wezenlijk een je ontdoen van overvloed en gebrek – dus zijn er geboorte en dood,
illusie en verwerkelijking, schepselen en boeddha's.
Maar al mag dat zo zijn, in waardering verwelkt de bloesem, en in hekel verspreidt zich het onkruid.
Het voortgaan van het zelf en de ontelbare dingen verlichten, is verwarring.
Het naar voren treden van de ontelbare dingen die het zelf verlichten, is ontwaken.
Zij die verwarring helemaal verlichten, zijn boeddha's.
Zij die verlichting helemaal verwarren, zijn schepselen.
Bovendien, er zijn mensen die verwerkelijking op verwerkelijking ervaren,
en er zijn mensen die binnen illusies nog eens illusies bezitten.
Boeddha's die werkelijk boeddha's zijn, hoeven niet te beseffen dat zij boeddha's zijn.
Maar zij zijn verwerkelijkte boeddha's, en zij blijven boeddhaschap verwerkelijken.
Wanneer je met volledige betrokkenheid van lichaam en geest vormen ziet of geluiden hoort,
dan is dat rechtstreeks gewaarzijn.
Maar het is niet zoals dingen die weerkaatst worden in een spiegel,
of als de maan die weerspiegeld wordt op het water.
Als de ene zijde wordt verlicht, blijft de andere donker.
De boeddha-weg bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is verlicht worden door alle dingen.
In het verlicht worden door alle dingen, vallen zowel je eigen alsook andermans lichaam en geest weg.
Er blijft geen spoor van verlichting over, en deze spoorloosheid kent geen einde.
Als je voor het eerst op zoek gaat naar Dharma, heb je de indruk dat je er ver van verwijderd bent.
Maar op het moment dat Dharma op de juiste manier wordt overgedragen,
ben je onmiddellijk je oorspronkelijke zelf.
Wie in een boot vaart en naar de oever kijkt, kan wellicht aannemen dat het de oever is die beweegt.
Maar als je je blik rechtstreeks op de boot richt, dan kun je zien dat de boot voortbeweegt.
Zo zou je, als je met een verward idee van lichaam en geest de ontelbare dingen onderzoekt ,
ook kunnen veronderstellen dat jouw geest en jouw aard blijvend zijn.
Maar als je met volledige betrokkenheid oefent en terugkeert tot waar jij bent,
dan zal het duidelijk zijn dat er niets bestaat dat een onveranderlijk zelf bezit.
oefening, geboorte en dood, boeddha's en schepselen.
De ontelbare dingen bezitten geen blijvend zelf – daarom zijn er geen illusies, geen verwerkelijking, geen oefening, geen geboorte en dood, geen boeddha's en schepselen.
De boeddha-weg is wezenlijk een je ontdoen van overvloed en gebrek – dus zijn er geboorte en dood,
illusie en verwerkelijking, schepselen en boeddha's.
Maar al mag dat zo zijn, in waardering verwelkt de bloesem, en in hekel verspreidt zich het onkruid.
Het voortgaan van het zelf en de ontelbare dingen verlichten, is verwarring.
Het naar voren treden van de ontelbare dingen die het zelf verlichten, is ontwaken.
Zij die verwarring helemaal verlichten, zijn boeddha's.
Zij die verlichting helemaal verwarren, zijn schepselen.
Bovendien, er zijn mensen die verwerkelijking op verwerkelijking ervaren,
en er zijn mensen die binnen illusies nog eens illusies bezitten.
Boeddha's die werkelijk boeddha's zijn, hoeven niet te beseffen dat zij boeddha's zijn.
Maar zij zijn verwerkelijkte boeddha's, en zij blijven boeddhaschap verwerkelijken.
Wanneer je met volledige betrokkenheid van lichaam en geest vormen ziet of geluiden hoort,
dan is dat rechtstreeks gewaarzijn.
Maar het is niet zoals dingen die weerkaatst worden in een spiegel,
of als de maan die weerspiegeld wordt op het water.
Als de ene zijde wordt verlicht, blijft de andere donker.
De boeddha-weg bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is verlicht worden door alle dingen.
In het verlicht worden door alle dingen, vallen zowel je eigen alsook andermans lichaam en geest weg.
Er blijft geen spoor van verlichting over, en deze spoorloosheid kent geen einde.
Als je voor het eerst op zoek gaat naar Dharma, heb je de indruk dat je er ver van verwijderd bent.
Maar op het moment dat Dharma op de juiste manier wordt overgedragen,
ben je onmiddellijk je oorspronkelijke zelf.
Wie in een boot vaart en naar de oever kijkt, kan wellicht aannemen dat het de oever is die beweegt.
Maar als je je blik rechtstreeks op de boot richt, dan kun je zien dat de boot voortbeweegt.
Zo zou je, als je met een verward idee van lichaam en geest de ontelbare dingen onderzoekt ,
ook kunnen veronderstellen dat jouw geest en jouw aard blijvend zijn.
Maar als je met volledige betrokkenheid oefent en terugkeert tot waar jij bent,
dan zal het duidelijk zijn dat er niets bestaat dat een onveranderlijk zelf bezit.
(Dogen Zenji)
maandag 22 november 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)


