woensdag 10 november 2010

Het menierode boek

Zoals een mens de betekenis van een boek niet kan begrijpen als hij het slechts in de hand houdt of alleen de bladzijden omslaat zonder ze te lezen, zo brengt hem het verloop van zijn levenslot geen winst als hij de betekenis ervan niet begrijpt; de gebeurtenissen volgen elkaar op als de bladen van een boek die de dood omslaat; hij weet het: ze verschijnen en gaan voorbij en met het laatste is het boek uit.

Maar hij die aan het omslaan van de bladen, aan het enkele komen en gaan van de bladzijden geen aandacht schenkt, zich daarover niet verheugt of erover huilt en als een opmerkzame lezer met ingespannen aandacht woord voor woord tracht te verstaan, voor hem wordt spoedig een boek opengeslagen waarin een hoger lot staat opgetekend. Totdat tenslotte voor hem als voor een daartoe uitverkorene, het menierode boek dat alle geheimen bevat, als het allerhoogste open ligt.

Dat is de enige weg om aan de gevangenis van het fatum te ontkomen; iedere andere manier is een pijnlijk, vergeefs spartelen in de omstrikkingen van de dood.
De armsten in het leven zijn zij die hebben vergeten dat er aan gene zijde van de kerker een vrijheid bestaat - zij die gelijk zijn aan vogels die in een kooi zijn geboren en tevreden bij hun zaadbakje het vliegen hebben verleerd. Voor hen komt er nooit verlossing.
Het menierode boek zal hij echter nooit aanschouwen.
Hij voor wie het opengeslagen ligt, laat ook in hogere zin geen dood lichaam meer achter; hij trekt een stuk aarde in het geestelijke mee en lost het daarin op.
Zo werkt hij mee aan het grote werk van de goddelijke alchemie; hij verandert lood in goud; hij verandert oneindigheid in eeuwigheid.
...
Er staat in het menierode boek: "Hier ligt de sleutel van alle toverij verborgen. Het lichaam kan niets, de geest kan alles. Doe alles weg wat lichaam is, dan zal uw 'ik' als het helemaal naakt is geworden, als een zuivere geest beginnen te ademen."
(Gustav Meyrink)

vrijdag 5 november 2010

Alchemisch vat - II

Herfstkleuren - III

Daarom weet ik

daarom weet Ik gelukkig 
te moeten zijn: 
omdat ik 
niets kan aanrichten 
in een wereld 
rondom mij 
als mijn aanwezigheid niet tot voorbeeld strekt, 
als uit mij, 
niet de liefde 
voor iedereen 
spreekt.

ik moet nog zoveel leren en Ik durf het, 
omdat ik zo serieus ben 
als de duif 
die de hele dag 
in de boom voor mijn huis In haar nest zit.

tik ik even tegen het raam, kijkt ze op of om 
even later broedt ze weer, zonder zich iets 
van mij aan te trekken. 
Ik broed niet, 
ik zaai. 
ook ik heb het 
in een boom gevonden. 
ik heb ervan geleerd. 
het is onvoorstelbaar, 
het leeft in mij, 
in jou, 
in iedereen. 
niets gaat verloren. 
Ik leef niet voor niets. 
(Simon Vinkenoog )

woensdag 3 november 2010

Wonderboom - II

Ricinus communis

Ommegang - XV

Uiterst merkwaardig

Kijk eens goed rond in je hoofd. 
Vraag jezelf af: ben ik daar, in het midden, een paar centimeter achter mijn voorhoofd? 
Of een stukje lager, net boven het linkeroor? 
Of ergens achterin? 
Natuurlijk ben je helemaal nergens. 
En al gauw wordt dat uiterst merkwaardig, om nergens te zijn. 
Helemaal verdomd vreemd is het dat het geen donder uitmaakt dat je er niet bent, 
dat in de verlaten, schemerige ruimte van je hersenpan 
de gedachten gewoon blijven circuleren - de jouwe, een leven, opwellend, een onverklaarbare film - 
de jouwe, alsof het kleine mannetje dat er nooit geweest is, waarmee je je geïdentificeerd hebt, 
het al die tijd al wist! 
Alsof de ingebeelde passagier niet al meteen bij vertrek 
(door diens naamkaartje te confisqueren) 
de rol van conducteur heeft overgenomen! 
Alsof men nog steeds op ieder moment kennis zou kunnen maken met dit fantoom, 
de ware eigenaar van deze gedachten, van dit leven, van deze film!
(Stephen Jourdain)

maandag 1 november 2010

Zonsondergang aan zee - XIII

Gelderse roos - II

Waarheidliefde

Waarheid kent geen geheugen
zij neuriet steevast wiegelied

waarheid kent geen oorzaak
elk verschijnsel schenkt zich

waarheid kent geen facetten
haar kracht werkt snel en fel

waarheid kent geen namen
het ene duidt haar diep genoeg

waarheid kent geen verzet
ongemerkt word jij veroverd

waarheid kent geen doel
in alles volgt zij slechts zichzelf

waarheid kent geen aarzeling
van binnen is zij beeldloos

waarheid kent geen troost
alles is intiemste vreugd

waarheid kent geen teken
mysterie is haar aard

waarheid kent geen locatie
als woonplaats kiest zij leven

waarheid kent geen vragen
het ene antwoord ademt zij

waarheid kent geen hulp
tot elke klus is zij bereid

waarheid kent geen pardon
niets is haar onverschillig

waarheid kent geen opties
zij gruwt van overdaad

waarheid kent geen woorden
pijn wordt in haar hart gestild

waarheid kent geen leugen
liefde vult haar bodemloos

waarheid kent geen ander
zó is zij zich vertrouwd

waarheid kent geen zelf
zó graag verliest zij zich

waarheid kent geen einde
zij transformeert elk sterven

waarheid kent geen toekomst
haar volheid werkt voorgoed.

(Gedel)

woensdag 27 oktober 2010

Zeegezicht - IX

Gras

Niet-weten

Ik weet niets. 
Ik ben volledig de weg kwijt. 
Het enige dat ik altijd heb geweten is dat ik het niet weet.
In tijden waarin ik dacht: ik weet het of ik zou het moeten weten 
of ieder ander lijkt het te weten, 
is het enige dat altijd de overhand had, 
de enige constante, dat ik het niet weet.
In 'mijn hele levensgeschiedenis' is er altijd het gevoel 
van verbijstering geweest, en van niet weten. 
Ook was er de pretentie het wel te weten, te geloven en te hopen, 
die dit ogenschijnlijk bedekte.
Dat is allemaal het spel van het leven. 

Herkenning van het leven zoals het is,
is herkenning van wat er al is en altijd is geweest: niet-weten. 
Dit is wat ik ben. 
Absoluut onschuldig niet-weten. 
In niet-weten is er geen twijfel. 
In niet-weten is er absolute helderheid.
Eenvoudig de onmiddellijke herkenning van wat is.
Dit ben ik.
Ik ben het leven zelf.
(Unmani Liza Hyde)

zaterdag 23 oktober 2010

Amberboom - VII

Riet - X

Het is niet te begrijpen

Het is niet te begrijpen, het is niet te achterhalen, maar het is een gegeven dat er in de totaliteit van alle zijn iets is dat zich losmaakt uit het zijn en dat 'ik' zegt, alsof het het middelpunt is van het universum. Dit 'ik' kent zichzelf een groter belang toe dan al het andere, terwijl het op de keper beschouwd niet op zichzelf bestaat en niet op zichzelf kan bestaan. Het ziet dat niet, want het is blind.

Deze blindheid, die onwetendheid is, is het begin van alle lijden. En het is tevens het begin van de kennis van goed en kwaad. Blindheid, inkrimping van bewustzijn tot geïsoleerd ik-besef, is zonder begin, maar zelf wel het begin. Het levensspel begint met onwetendheid. Als het spel tot het einde wordt gespeeld, blijkt blindheid niet iets afzonderlijks te zijn, maar opgenomen te zijn in verlichting. Het kwaad, dat een geïsoleerde kracht leek te zijn, blijkt volmaakt passend onderdeel te zijn van het grote mozaïek. Het geïsoleerde kwaad – of dat nu het kwaad in mijzelf is of in de wereld – is niet een oorspronkelijke kracht. Het is niet zo dat tot in de diepste diepte kwaad staat tegenover goed.

Zo lees ik ook het verhaal in Genesis over het paradijs. Daar wordt gezegd dat het paradijs – de staat van eenheid – verlaten wordt zodra er een afhankelijkheidsrelatie ontstaat met de slang (die, laten we dat niet vergeten, net zoals de mens door God geschapen is en een bewoner is van het paradijs). In die afhankelijkheidsrelatie (die ik hechten noem) wordt er gegeten van de boom van de kennis van goed en kwaad, vervolgens treedt er schaamte op en wordt die serieus genomen, vervolgens komt er een heimelijkheid en een zich verbergen en tenslotte wordt de schuld aan anderen toegekend. Dan is de eenheid gebroken. Het paradijs wordt verlaten, de wereld van de dualiteit wordt ingegaan. En daar is dan meteen Kaïn die jaloers wordt op zijn broer, die zich buitengesloten voelt en vervolgens de veronderstelde mededinger doodt. Na die keuze voor de vrucht van de dualiteit (je kunt het ook een bewusteloos rollen in noemen) wordt het kwaad één van de twee polen van de dualiteit en neemt het schijnbaar afzonderlijke vorm aan. Dan lijkt het alsof er een absolute scheidslijn is die dit universum doorsnijdt, met aan de ene kant een goede god en aan de andere kant een kwade god (de duivel). En dan wordt vergeten dat onwetendheid is ingebed in wetendheid of in meer traditionele bewoordingen dat alles in Gods hand is.
(Hans Korteweg)

dinsdag 19 oktober 2010

Gouden golven - II

Zand, zee, wolken...

Waarom naar de waarheid zoeken?

Waarom zou u koortsachtig naar de waarheid zoeken?
Ze vibreert in elk zichtbaar en onzichtbaar ding, zelfs vlak voor het puntje van uw neus.
Kunt u uzelf tot rust brengen en haar zien in een berg, in een pijnboom of in uw eigen geest?
Probeer uzelf niet wijs te maken dat u haar zult ontdekken door nog meer kennis te verzamelen.
Kennis schept twijfel, en twijfel maakt de honger naar nog meer kennis alleen maar groter.
Uw honger zal onverzadigbaar blijken te zijn.
Een verstandig mens zet zichzelf een heel wat subtielere maaltijd voor.
Hij voedt zichzelf met het inzicht dat alles wat naam en vorm heeft uit het naamloze wordt geboren,
dat alle zijn uit het niet-zijn te voorschijn komt,
dat alles wat kan worden beschreven uit het onbeschrijflijke voortvloeit.
Hij ontdekt deze subtiele waarheid binnen zijn eigen geest en ervaart grenzeloze tevredenheid.

Wie is er in staat stil te zijn en het schaakspel van het leven te observeren?
Een dwaas handelt altijd vanuit blinde impulsen, 
maar een wijs mens weet dat overwinning en nederlaag van iets veel subtieler afhankelijk zijn. 
Hij beseft dat het volmaakte al aanwezig is voordat er een handeling plaatsvindt.
Zodra een mens tot impulsief handelen overgaat, wordt deze volmaaktheid verstoord.
Wees daarom tevreden en breng de harmonie niet in gevaar.
Verlies uw innerlijke kalmte niet.
Ontdek de harmonie die altijd al aanwezig is.
Omarm haar in uw hart.

Als u dat kunt, kunt u alles en zal de wereld weer gezond worden.
Als u hier niet in slaagt, zult u voor eeuwig in het duister ronddwalen.
(Laozi)