woensdag 16 juni 2010

Valavond - XIX

Witte zeilen aan de kim

Geschenk

Hoe gelukzalig deze dag.
De mist trok vroeg op, ik was bezig in de tuin.
Kolibries hingen stil boven de bloem van de kamperfoelie.
Er was op aarde geen ding dat ik wilde hebben.
Ik kende niemand die het waard was te benijden.
Welk kwaad was geschied was ik vergeten.
Ik schaamde me niet te denken dat ik was wie ik ben.
Ik voelde in mijn lichaam geen enkele pijn.
Toen ik overeind kwam, zag ik een blauwe zee en zeilen.
(Czeslaw Milosz)

dinsdag 15 juni 2010

Zonsondergang aan zee - XI

Klaproos - V

Ik ben, maar weet niet wie

Vanwaar ik kom, weet ik niet,
ik ben, maar weet niet wie,
ik leef, weet niet hoe lang,
ik sterf, weet niet wanneer,
ben onderweg, weet niet waarheen,
ik ben verbaasd dat ik vrolijk ben.

Ik weet zo weinig van mijn leven
dat ik het moet uit handen geven
en God vertrouwen, die mij leidt.
als ik bedroefd ben, verbaast mij dat.
(Hans Thoma)

zaterdag 12 juni 2010

Bottelroos - II

Klankschaal - XXXVII

Mysterie der dingen

XXXIX

Het mysterie der dingen, waar is dat?
Waar is het, dat het zich niet laat zien
Althans om te tonen dat het mysterie is?
Wat weet de rivier hiervan en wat de boom?
En ik, die niet meer ben dan zij, wat weet ik ervan?
Telkens als ik naar de dingen kijk
En denk aan wat de mensen ervan denken,
Lach ik zoals een koele bergbeek klatert over stenen.

Want de enige verborgen zin der dingen
Is dat ze geen enkele verborgen zin hebben.
Het is vreemder dan alles wat vreemd is,
Vreemder dan de dromen van alle dichters
En de gedachten van alle filosofen,
Dat de dingen werkelijk zijn wat ze lijken te zijn
En dat er niets te begrijpen valt.

Ja, dat hebben mijn zintuigen helemaal alleen geleerd:
De dingen hebben geen betekenis: ze bestaan.
De dingen zijn de enige verborgen zin der dingen.

(Fernando Pessoa)

woensdag 9 juni 2010

Chinese 'blauwe' regen


Wisteria sinensis alba

Gele plomp

De waterlelie - IV

De kalmoes groeit bij brak water
roerloos tussen de grassen baadt hij zijn stengel
hij is niet aardgeel, lijkt op een wolk
die een vlam bij valavond kleurt
zijn bloemkroon is slap, de bladeren breed
de lange salamander glipt erin
en verdwijnt in het geel, beloert de prooi
behoedzaam keert de herder terug, houdt de hemel in het oog
de zon mag niet ondergegaan zijn
hij rept zich dan naar huis waar de vrouw
die hem steeds afwijst leeft
en in de barst steekt hij de gele lelie
blijft ze drie dagen aan de muur gehecht
zal niemand ze aanraken
komt de vrouw naar de velden
gaan ze zonder één woord achter het riet
samen liggen.

(Umberto Piersanti)

zondag 6 juni 2010

Vijgenboom

Zeilschip Mir

Het afscheid

Nu zwaarder worden der jaren last
verschijnt mij vaak een droomgezicht:
een haven waar een schoener ligt,
en ik: ik ben een varensgast.
En hoor: zij zingen al aan boord,
en taal wordt mij hun vreemde taal.
'Vaarwel, mijn liefste en mijn land;
ik ben het beste in het want.
Vaarwel, houdt mij geen ontrouw na;
ik ben het beste in de ra.
Vrienden, vaarwel! Ik ben het best
daarboven in het kraaiennest.'
Ik heb geen wensen meer: ik ben
een varensgast, en één van hen.
De horen meldt met grote stem
de afvaart en een nieuw begin.
De bootsman haalt de loopplank in.
(Ida Gerhardt)

vrijdag 4 juni 2010

Zonsondergang aan zee - X

Compositie - XXI

De Alchemie van Liefde

Vanuit een andere wereld komt u tot ons.
Van voorbij de sterren en de lege ruimte.
U bent boven alles verheven,
zuiver, onvoorstelbaar mooi.
U brengt ons de essentie van liefde.
Wie met u in aanraking komt,
wordt op slag een ander mens.
Waar u aanwezig bent,
is geen plaats voor wereldse zorgen en smart.
De vreugde die u brengt,
beroert de harten van alle mensen,
heer of slaaf, koning of onderdaan.
Uw genade
maakt ons sprakeloos.
Al wat slecht is, verandert in goed.
U bent de meester alchemist.
U ontsteekt het vuur van de liefde
in hemel en op aarde,
in de harten en zielen
van alle schepselen.
Uw liefde verenigt
het zichtbare en onzichtbare,
alle tegenstellingen in de wereld.
Al wat aards is, maakt u weer heilig.


(Djelal-oed-Din-Roemi)

dinsdag 1 juni 2010

Zwarte zwaan - II

Ommegang - XIII

Ontrouw

Moella stak in zijn dorp de straat over toen er een man op hem afkwam die zei: 'Weet je wel dat je vrouw je ontrouw is?' Haastig antwoordde Moella: 'Dat is onmogelijk, mijn vrouw zou me nooit ontrouw zijn.'
De man antwoordde: 'Ik kan het je bewijzen. Vannacht om twaalf uur heeft ze een afspraak met haar minnaar onder de vijgeboom bij de rand van het dorp.'
Moella was heel erg van streek en omdat hij een duel met de minnaar van zijn vrouw verwachtte, ging hij een pistool kopen. De hele dag was hij aan het oefenen en dacht aan het gevecht dat komen zou.
Om elf uur 's avonds ging hij met de vreselijkste gedachten naar de vijgenboom. Hij klom in de boom en omdat hij een zeer driftig mens was, sprong hij van tak tot tak, razend van jaloezie en woede.
Hij zag in gedachten zijn vrouw in de armen van haar geliefde en oefende vanuit alle mogelijke posities het schot dat hij op zijn rivaal zou afvuren. Om tien voor twaalf luisterde hij heel aandachtig, maar hoorde nog niets. Om vijf voor twaalf was de spanning van het wachten ondraaglijk geworden. Om drie minuten voor twaalf had hij nog geen teken van de twee vernomen en iedere zenuw in zijn lijf was tot het uiterste gespannen. Om twaalf uur zat hij stil als een tijger die op het punt staat zijn prooi te bespringen, maar er gebeurde nog steeds helemaal niets onder de boom. Toen werd hij plotseling in zijn hele wezen getroffen door een geweldig inzicht:
'Ik ben helemaal niet getrouwd!'
(Jean Klein)