vrijdag 11 februari 2011

De dag dat het zoeken ophield

Er komt een moment dat je het hele onbeduidende van je inspannen ziet. 
Je hebt alles gedaan wat kan, en toch gebeurt er niets. 
Je hebt alles gedaan wat menselijkerwijs mogelijk is. 
Wat meer kun je dan nog doen? 
Uit pure hulpeloosheid hou je op met elke vorm van zoeken. 
En de dag waarop mijn zoeken ophield, de dag waarop ik nergens naar zocht, 
de dag waarop ik niet verwachtte dat er iets zou gebeuren, toen begon het te gebeuren. 
Een nieuw soort energie kwam op - nergens vandaan. 
Het kwam uit geen enkele bron. 
Het kwam nergens vandaan en overal vandaan. 
Het was in de bomen en in de stenen en in de hemel 
en in de zon en in de lucht - het was overal. 
En ik had zo hard gezocht, en ik dacht dat het zo heel ver weg was. 
En het was zo dichtbij, zo vlak om me heen. 
Juist mijn zoeken veroorzaakte dat ik niet meer kon zien wat vlakbij was. 
Zoeken heeft altijd te maken met wat ver weg is, 
zoeken heeft altijd met afstand te maken - en het was niet ver weg. 
Ik was verziend geworden, ik had mijn bijziendheid verloren. 
Mijn ogen waren scherp gesteld op wat ver weg ligt, op de horizon, 
en ze hadden hun vermogen verloren om te zien wat vlakbij ligt, 
wat zich direct om je heen bevindt. 

Op de dag dat mijn inspanning verdween, verdween ik zelf ook. 
Want je kunt niet bestaan zonder je in te spannen, 
en je kunt niet bestaan zonder verlangens, 
en je kunt niet bestaan zonder ergens naar te streven. 
Het verschijnsel ego, het zelf, is geen ding, het is een proces. 
Het is geen substantie, iets wat daar binnen in je zit; 
je moet het ieder moment tot leven brengen. 
Het is net als met fietsen. 
Als je doorgaat met trappen blijft de fiets vooruitgaan, 
maar als je ophoudt met trappen stopt de fiets. 
Hij kan nog even doorrijden, vanwege het vliegwiel-effect, 
maar op het moment dat je ophoudt met trappen 
begint de fiets in feite al met stil te staan. 
Er is geen energie meer, geen kracht meer om vooruit te komen. 
Hij zal omvallen en stuk gaan. 

Het ego bestaat omdat we maar doortrappen op de fiets van begeerte, 
omdat we maar blijven streven om ergens te komen, 
omdat we maar doorgaan met onszelf voorbij te rennen. 
Dat is nou precies het verschijnsel ego - het jezelf voorbij rennen, 
de toekomst in draven, de dag van morgen binnen springen. 
Die sprong in het niet-bestaande creëert het ego. 
Omdat het uit het niet-bestaande voortspruit, is het net een luchtspiegeling. 
Het bestaat alleen uit verlangens en uit niets anders. 
Het bestaat alleen maar uit dorst, en nergens anders uit. 
Het ego bestaat niet in het huidige moment, het bestaat in de toekomst. 
Als je in de toekomst leeft lijkt het ego iets heel substantieels. 
Als je in het huidige moment leeft  
is het ego een luchtspiegeling, die begint te verdwijnen. 

Die dag, toen ik ophield met zoeken.... 
maar het is niet juist als ik zeg dat ik ophield met zoeken, 
het is beter om te zeggen die dag, toen het zoeken ophield. 
Ik zal het nog eens zeggen: een betere manier om het te zeggen is 
die dag dat het zoeken ophield. 
Want als ik ophoud, dan ben ik er zelf weer bij. 
Dan wordt ophouden mijn inspanning, 
dan wordt ophouden mijn verlangen, 
en verlangens hebben een heel subtiele manier van bestaan. 
Begeerte kun je niet stoppen; die kun je alleen maar begrijpen. 
In dat begrijpen zit het stoppen. 
Onthou, niemand kan ophouden met verlangen, 
en de werkelijkheid openbaart zich alleen als begeerte stopt. 
(Osho)

1 opmerking:

Pascal Delay zei

prachtig! bedankt om te delen!