maandag 24 juni 2013

Kamperfoelie - V


Lieverd

ik moet van je gedroomd hebben lieverd
voordat ik je kende
ook al herinner ik me m'n droom niet
en was je om te zien de eerste bron van waar ik voortdurend zou drinken

ik moet op je gewacht hebben lieverd
totdat ik jou kende
ook al kort je het wachten met leven met velen met anderen
met mijn eenzame zelf

ik moet door de goden geliefd zijn geworden lieverd
zodat ik jou zou ontmoeten
in die steeds groter wordende vriendenkring van stadsnomaden binnenstebuitenmensen

ik moet van je gehouden hebben lieverd
met hart en ziel
vanaf het eerste moment vuur en vlam
de broze tederheid van het geluk dat me opwacht

lieverd je hebt m'n wereld veranderd
leeuwen liggen naast lammeren
je bent m'n derde oog en ook het lichaam waarin ik uiteindelijk verzink
geest en ziel waard en trouw
eerlijk en door daad naast en met mij paraat
in het grote avontuur
dezelfd dingen tegelijkertijd voelen en denken lieverd
buiten hetzelfde willen doen of wel van plan zijn lieverd

de stappen die je zet
de woorden in je mond
het spiegelend naakt
die godin in haar gewaad
die hand in het mijne
niet bang voor ons beide
dat komt van ons alleen

het geluk ligt voor ieder mens op straat

het is de liefde
die we samen doen stralen
het is de stem
die ons samenzijn klinkt
en alles straalt schittert en blinkt

het paradijs bestaat

deze woorden voor jou
en de hele wereld mag over onze schouders
meelezen meekijken met een stem die de haat aan diggelen slaat
en tot voorbij het einde verder gaat

mijn stem mag met mij een heel leven mee
en ik moet van je gedroomd hebben
voordat ik jou kende

(Simon Vinkenoog)

woensdag 19 juni 2013

Biezen


Winnie, de hond


Over de hond en zijn staart

Elk zoeken wordt voorafgegaan door je eerste inzicht. 
Dat eerste inzicht is dat je bent. 
Dat je bewust bent. 
Niets meer en niets minder. 
Al je zoeken wordt voorafgegaan door de essentie; 
met andere woorden, wat je zoekt ben je al. 
Zoals je nu bezig bent, ben je als een hond 
die zijn eigen staart achterna rent. 
Door in te gaan op jouw voorstellen, door naar je te luisteren, 
geef ik je een duwtje, waardoor je nog harder 
achter je eigen staart aan gaat hollen. 
Dus probeer ik de cirkelgang te doorbreken 
door niet in te gaan op je meningen. 
Maar jij staat erop dronken te worden van het ronddraaien 
en je daarna te verbazen over je draaierigheid 
en hoe dat nu toch kan.

Wat ik je duidelijk wil maken is dat je 
wat je bent nooit en te nimmer kunt vinden. 
Dat kun je nooit tot object maken. 
Dat hele zoeken is gebaseerd op waan. 
Je zoekt omdat je denkt 'iets' te kunnen vinden. 
En dat betekent dat je ophoudt met zoeken. 
Misschien is dat niet wat je wilt, 
misschien wil je een alibi om nog jarenlang 
met allerlei fratsen door te kunnen gaan. 
Misschien was je daar niet voor gekomen. 

De waarheid is zo ongelooflijk simpel, zo evident, 
dat je er bijna altijd overheen kijkt. 
Maar zolang je niet werkelijk overtuigd bent, 
kun je natuurlijk niet anders dan doorgaan met zoeken. 
Je kunt ook weggaan, boos desnoods, 
of met een fijn mondje van 
'Ik denk dat ik het nu wel begrepen heb', 
maar zolang je het niet helemaal gezien hebt, 
kun je niet anders dan doorgaan met zoeken, 
op welke manier dan ook. 
(Alexander Smit)


http://www.inzicht.org/

donderdag 13 juni 2013

Klaprozen - III


Landweg - V


Het verhaal over deze weg

Het verhaal over deze weg kan kort zijn.

We kunnen het wel lang maken, wel blijven
praten tegen elkaar en tegen de tijd, maar

geen enkel verhaal is dat ene, waarin we
ergens vandaan gingen en ergens aankwamen.

Laat ons eens praten over de dingen waarover
we dat niet konden en nooit zullen kunnen:

we hebben het huis verlaten, en keren terug,
maar onderweg groeit het gras de weg dicht.

En ook zo is het niet, ook dit verhaal doodt
de tijd niet, er is een ander verhaal,

maar dat is oneindig veel korter.
(Rutger Kopland)

dinsdag 4 juni 2013

Brem


Kringen - IX


Gehechtheid

Een wereld zonder gehechtheid is onleefbaar. Stel je voor, dat een moeder zich niet zou hechten aan haar kind, dat kinderen zich niet zouden hechten aan hun ouders, dat geliefden zich niet zouden hechten aan elkaar, dat een mens zich niet zou hechten aan zijn lijf, zijn kracht, zijn status, zijn huis en haard. Een wereld van onthechting zou een onmenselijke wereld zijn. Toch wordt gehechtheid vaak als een probleem ervaren, niet in de laatste plaats door mensen die zich bezighouden met religie, levensbeschouwing en geestelijke groei. Gehechtheid beperkt mijn innerlijke vrijheid, verstoort mijn geestelijke rust, verduistert mijn immanente helderheid. Ze is als een blok aan mijn been en ze beperkt mijn blikveld. Gehechtheid is iets smoezeligs waar ik vanaf moet komen om geestelijk te kunnen groeien.

Het is nog erger dan dat. Gehechtheid doet pijn. Ik weet dat hetgeen waaraan ik me hecht me eens zal ontvallen. En als het me ontvalt, dan is het leed niet te overzien. Dan kan ik mijn geestelijke groei wel op de lange baan schuiven. Tenzij ik geloof dat geestelijke groei ligt in mijn lijden. De angst voor de pijn die aan gehechtheid kleeft, kan een kruideniersmentaliteit bij me losmaken. Ik ga rekenen met mijn leven. Ik denk: ‘Als ik me nu niet hecht, heb ik er later ook niet zo’n last van en ik kan me ongestoord wijden aan mijn geestelijke ontwikkeling. Mezelf hechten aan iets of iemand is vergeefse moeite. Het verschaft een tijdelijk geluk en ik verkies het eeuwige boven het vergankelijke.’

Stel dat ik deze kruideniersmentaliteit volg en onthechting in praktijk breng, hoe denk ik dan de laatste barrière te slechten: het onthechten van mijn gehechtheid aan onthechting? En stel dat dit me lukt, kijk, waar kom ik dan terecht? Wat mij betreft is een onthecht bestaan een bestaan dat zich hecht tot aan de pijngrens. Een bestaan dat het breekbare innig omarmt, investeert in kortstondig geluk, zijn energie verspilt aan nutteloze, begerenswaardige zaken en dat de open wond draagt als het door het noodlot wordt geslagen. Een onthecht leven is een leven dat zwelgt in zijn tijdelijke bezit en krijst als een baby als dit bezit hem wordt ontnomen. Het is een leven dat niet is te onderscheiden van dat van talloos veel miljoenen; het oogt helemaal niet spiritueel. En dat klopt, want het hecht zich niet aan spirituele idealen en ideeën over spiritualiteit. Het leeft zijn leven zoals het is, een leven van taaie gehechtheid, diep ingesleten patronen, massieve fixaties en onverbiddelijke neurosen.

Wat mij betreft volgt onthechting op de zwaar bevochte realisatie dat je leven goed is zoals het is. Niets meer aan doen. Alles zo laten. En geniet ervan.
(Maurice Knegtel)

woensdag 29 mei 2013

Wilde kastanje


Beroering


Van lijden naar liefde

We zijn meer dan alleen maar ons lichaam, meer dan uitsluitend onze conditionering. 
Als je gaat onderzoeken wat werkelijk waar is in je ervaring van het Zijn, 
dan ontstaan er openingen die de beperkte staat van bewustzijn meenemen 
naar een ruimer veld van zuiver gewaarzijn.

We zijn meer dan ons lichaam 
Ongeacht religieuze en culturele verschillen is het idee 'ik ben het lichaam' 
de alom heersende conditionering, die wereldwijd aanwezig lijkt te zijn 
en zich eeuw na eeuw voortzet. 
We zijn meer dan alleen maar ons lichaam, 
meer dan uitsluitend onze conditionering. 
We zijn het allesomvattende bewustzijn. 
Een mens moet daar op een gegeven moment wel over gaan nadenken.

Het kan zijn dat je hier nog nooit van gehoord hebt,
maar als het gehoord wordt, kan het een spontane oerherkenning 
teweegbrengen die leidt tot een openstaan voor, een hunkering 
of drang naar het vinden van de waarheid. 
Je kunt je er heel sterk toe aangetrokken voelen 
om de identiteit die je denkt te bezitten te gaan onderzoeken, 
om zo uit de hypnose te komen van de conditionering 
die ons doet geloven dat we een volkomen autonoom 
en individueel wezen zijn - de scheppers van ons eigen bestaan. 
Dit spreek het egodenken weliswaar aan, 
maar het is wel het de belangrijkste oorzaak van lijden, zelfzucht, 
uitbuiting en vijandigheid in de wereld.

De oorzaak van lijden 
Het idee 'ik ben het lichaam' en 'dit is van mij' brengt een zelfzuchtige 
en agressieve manier van leven met zich mee, die ver afstaat 
van de vrede en tevredenheid die het resultaat zijn 
van een intelligent en harmonieus bestaan. 
Als je gaat onderzoeken wie of wat je bent, als je geïntroduceerd wordt 
tot de weg van de introspectie en onderzoekt wat werkelijk waar is 
in je ervaring van het Zijn, 
dan ontstaan er openingen die de beperkte staat van bewustzijn 
meenemen naar een ruimer veld van zuiver gewaarzijn.

Als het bewustzijn zich opent, wordt er een toename ervaren van liefde 
en begrip, mededogen en een moeiteloze stilte. 
Al die verfijnde kwaliteiten krijgen dan de ruimte. 
Ik noem ze vaak de parfums van het Zijn.
(Mooji)

donderdag 23 mei 2013

Linde


Pauwenoog - IV


Dingen waarvoor geen woorden bestaan

Wie leest deze woorden?

Wie kijkt
naar wat zich
binnen
buiten
overal bevindt? 

Alles
overal
iedereen
altijd
is het Zelf
zich van zichzelf
bewust 

Bewegingloos
ligt Het
zichzelf te zijn
oordeelloos
is Het zichzelf
genoeg 

Het Zelf gaat vooraf
aan alles
en iedereen
aan altijd
en overal. 

Het Zelf
heeft geen weet.
Het is geborgen in zichzelf
neemt vorm aan
als land
als mens. 

Het Zelf is Zijn
is wat je bent
is waar je bent
is wat het is.
Het is
warme regen in de tropen
angst om te vallen
de vreugde van een kind. 

Het regent
het groeit
het smelt
Het
is
dat Het. 

Het is wat is
niet wat hoort te zijn
wat hoort te zijn
is niet wat is.
Alleen wat Is
Is.
Dat ben jij.

(Han van den Boogaard)

maandag 20 mei 2013

Landschap met wolken - XXXV


Onder een palm


Veel-weten en niet-weten

Naarmate men  meer weet, 
valt beter in het oog dat men niets weet. 
Zo maakt toch het veel-weten 
tenslotte ruimte voor het koninklijke niet-weten. 
Het veel-weten is het volk, 
het niet-weten is de koning. 
Het veel-weten is het materiaal, 
maar het niet-weten hanteert en bewerkt het. 

De doden bouwen op het veel-weten. 
De levenden op het niet-weten. 

Ook Pascal maakt onderscheid tussen 'natuurlijke' onwetendheid 
waarboven het verstand zich verheft en de wijze onwetendheid, 
waaraan het verstand zich onderwerpt. 
De wijze onwetendheid valt hem ten deel die zichzelf kent. 
Zo gezien verhoudt ook het weten van de mens zich polair. 
Enerzijds het onwijze weten dat zichzelf nooit genoeg is 
en rusteloos naar uitbreiding streeft 
en anderzijds het wijze niet-weten, 
dat zichzelf genoeg is en zijn rust vindt 
in het geestelijk middelpunt der eigen eenheid. 

.../...

Deze toestand van niet-weten nu is de ware werkelijkheid. 
Onveranderlijk, klaar, helder, licht, koel, zuiver, open en waarachtig. 
Er is geen beroering in, geen hartstocht, geen emotie, 
noch iets dat wij aandoening zouden kunnen noemen. 
Het is zonder sensatie en on-gecompliceerd. 
Het is eenvoudig en onvergelijkelijk. 
Het is uniek.
(Barend van der Meer)