dinsdag 4 juni 2013

Gehechtheid

Een wereld zonder gehechtheid is onleefbaar. Stel je voor, dat een moeder zich niet zou hechten aan haar kind, dat kinderen zich niet zouden hechten aan hun ouders, dat geliefden zich niet zouden hechten aan elkaar, dat een mens zich niet zou hechten aan zijn lijf, zijn kracht, zijn status, zijn huis en haard. Een wereld van onthechting zou een onmenselijke wereld zijn. Toch wordt gehechtheid vaak als een probleem ervaren, niet in de laatste plaats door mensen die zich bezighouden met religie, levensbeschouwing en geestelijke groei. Gehechtheid beperkt mijn innerlijke vrijheid, verstoort mijn geestelijke rust, verduistert mijn immanente helderheid. Ze is als een blok aan mijn been en ze beperkt mijn blikveld. Gehechtheid is iets smoezeligs waar ik vanaf moet komen om geestelijk te kunnen groeien.

Het is nog erger dan dat. Gehechtheid doet pijn. Ik weet dat hetgeen waaraan ik me hecht me eens zal ontvallen. En als het me ontvalt, dan is het leed niet te overzien. Dan kan ik mijn geestelijke groei wel op de lange baan schuiven. Tenzij ik geloof dat geestelijke groei ligt in mijn lijden. De angst voor de pijn die aan gehechtheid kleeft, kan een kruideniersmentaliteit bij me losmaken. Ik ga rekenen met mijn leven. Ik denk: ‘Als ik me nu niet hecht, heb ik er later ook niet zo’n last van en ik kan me ongestoord wijden aan mijn geestelijke ontwikkeling. Mezelf hechten aan iets of iemand is vergeefse moeite. Het verschaft een tijdelijk geluk en ik verkies het eeuwige boven het vergankelijke.’

Stel dat ik deze kruideniersmentaliteit volg en onthechting in praktijk breng, hoe denk ik dan de laatste barrière te slechten: het onthechten van mijn gehechtheid aan onthechting? En stel dat dit me lukt, kijk, waar kom ik dan terecht? Wat mij betreft is een onthecht bestaan een bestaan dat zich hecht tot aan de pijngrens. Een bestaan dat het breekbare innig omarmt, investeert in kortstondig geluk, zijn energie verspilt aan nutteloze, begerenswaardige zaken en dat de open wond draagt als het door het noodlot wordt geslagen. Een onthecht leven is een leven dat zwelgt in zijn tijdelijke bezit en krijst als een baby als dit bezit hem wordt ontnomen. Het is een leven dat niet is te onderscheiden van dat van talloos veel miljoenen; het oogt helemaal niet spiritueel. En dat klopt, want het hecht zich niet aan spirituele idealen en ideeën over spiritualiteit. Het leeft zijn leven zoals het is, een leven van taaie gehechtheid, diep ingesleten patronen, massieve fixaties en onverbiddelijke neurosen.

Wat mij betreft volgt onthechting op de zwaar bevochte realisatie dat je leven goed is zoals het is. Niets meer aan doen. Alles zo laten. En geniet ervan.
(Maurice Knegtel)