woensdag 31 december 2008
zondag 21 december 2008
de verschijnselen
het wil nog een keer gezien
gezegd worden op een dieper niveau
Het gaat niet om de verschijnselen
ze schijnen echt te zijn maar
sluit de ogen en de wereld
is verdwenen op gedachten
na en wat fysieke sensaties
zonder samenhang
slaap en alles is verdwenen
inclusief wie je denkt te zijn
wat dan blijft
wat dan is
is geen verschijnsel maar
de permanente waarnemer
zondag 7 december 2008
Ach pelgrims...
dinsdag 2 december 2008
De engel spreekt
waarop de dag scheep gaat in lichte boren
en steden hooggelegen die, omsloten
door deze stromen, daarin haar banieren
spiegelen: torens, de havenkwartieren,
burchten en kaden en met groen doorschoten
passages waar verliefde stadsgenoten
samen onder het bladerdak brevieren.
Mijn beker vloeit over. Ik ben het zelf
die waaier in het water van fonteinen
en wie mij drinken, drinken uit de bron.
Ik ben de schuimende rivier geworden,
het schip van licht, de spiegelstad, de zon.
Ik ben de schittering over de pleinen.
Groter of tot niets.
Wees heel in alles. Leg al wat je bent
In 't minste dat je doet.
Zo blinkt de maan in ieder meer geheel
Wijl zij verheven leeft.
vrijdag 28 november 2008
Wolken
Bij het beschrijven van wolken
zou ik me erg moeten haasten -
al na een fractie van een ogenblik
zijn het niet meer die wolken, maar andere.
Het is wolken eigen
om zich nooit te herhalen
in vorm, nuances, houding of compositie.
Niet bezwaard door enige herinnering
zweven ze moeiteloos boven de feiten.
Wat heb je aan ze als getuigen, waarvan dan ook -
ze waaien ogenblikkelijk naar alle kanten.
Vergeleken met de wolken
lijkt het leven gefundeerd te zijn,
haast bestendig, bijna eeuwig.
Naast wolken
lijkt zelfs een steen een broeder
op wie je kunt bouwen,
maar zij, ach: verre, wispelturige nichtjes.
Laat de mensen maar leven, als ze dat willen,
en daarna doodgaan, ieder op zijn beurt,
zij, de wolken, hebben met heel
dat vreemde gedoe
niets te maken.
Boven jouw hele leven
en het mijne, dat nog niet heel is,
paradeerden en paraderen ze in pracht en praal.
Ze zijn niet verplicht met ons te sterven.
Ook ongezien zullen ze verder zwerven.
(Wislawa Szymborska)
In ons even tallozen
Ik weet niet, als ik denk
Of voel, wie denkt of voelt.
Ik ben de plaats slechts waar
Gevoeld wordt of gedacht.
Ik heb meer dan één ziel,
Meer ikken dan ikzelf.
En niettemin besta ik,
Voor allen onverschillig.
Ik maak hen stil: ik spreek.
De kruisgewijze impulsen
Van wat ik voel of niet voel,
Twisten in wie ik ben.
Ik ken ze niet. Zij zwijgen
Tot wie ik mij ken: ik schrijf.