maandag 31 maart 2008
Paradox
Daal in wat stijgt
Krimp in wat uitzet
Nader in wat zich verwijdert
Treed binnen in wat grensloos wordt.
Ga verloren in uw winst
Geef u over aan uw zegepraal
Ontvang wat u verstoot
En als ge zien moogt, word dan blind.
Zo bad ik en werd verhoord :
Doof hoorde ik
Gevoelloos voelde ik
En onwetend wist ik.
Krimp in wat uitzet
Nader in wat zich verwijdert
Treed binnen in wat grensloos wordt.
Ga verloren in uw winst
Geef u over aan uw zegepraal
Ontvang wat u verstoot
En als ge zien moogt, word dan blind.
Zo bad ik en werd verhoord :
Doof hoorde ik
Gevoelloos voelde ik
En onwetend wist ik.
(Erik Van Ruysbeek)
De bodem van je bestaan
De bodem van je bestaan,
datgene waar alles uit voortkomt,
dat stille, onverstoorbare zijn,
is zich altijd bewust van zichzelf.
Met of zonder problemen.
Dat bewuste zijn is altijd daar,
ook als je zogenaamd niet gewaar bent,
hetgeen onmogelijk is.
In dat stille bewuste zijn
worden alle bewegingen,
die je het leven noemt, waargenomen.
Maar er is niet iemand
die iets waarneemt.
De persoon die zogenaamd
iets waarneemt,
is het waarnemen zelf.
Dat is geen activiteit,
maar een volmaakte stilte.
Dit zien sluit niets uit,
het denken wel.
datgene waar alles uit voortkomt,
dat stille, onverstoorbare zijn,
is zich altijd bewust van zichzelf.
Met of zonder problemen.
Dat bewuste zijn is altijd daar,
ook als je zogenaamd niet gewaar bent,
hetgeen onmogelijk is.
In dat stille bewuste zijn
worden alle bewegingen,
die je het leven noemt, waargenomen.
Maar er is niet iemand
die iets waarneemt.
De persoon die zogenaamd
iets waarneemt,
is het waarnemen zelf.
Dat is geen activiteit,
maar een volmaakte stilte.
Dit zien sluit niets uit,
het denken wel.
(Alexander Smit)
In jezelf ligt de gehele wereld besloten...
In jezelf ligt de gehele wereld besloten
en als je weet hoe je moet kijken en leren,
dan sta je voor de deur en de sleutel is in je eigen hand.
Geen mens ter wereld kan je die sleutel geven,
of kan die deur voor je openen.
Dat kun je alleen zelf doen.
en als je weet hoe je moet kijken en leren,
dan sta je voor de deur en de sleutel is in je eigen hand.
Geen mens ter wereld kan je die sleutel geven,
of kan die deur voor je openen.
Dat kun je alleen zelf doen.
(Jiddu Krishnamurti)
vrijdag 28 maart 2008
Tinkel, tinkel, tinkel
Het hele lichaam van een windmolen
is een mond gehangen in de lege ruimte.
Zonder verschil te maken hoe de wind waait
-oost, west, zuid of noord -
spreekt hij standvastig tot anderen over de wijsheid:
tinkel, tinkel, tinkel!
is een mond gehangen in de lege ruimte.
Zonder verschil te maken hoe de wind waait
-oost, west, zuid of noord -
spreekt hij standvastig tot anderen over de wijsheid:
tinkel, tinkel, tinkel!
(Ju-ching)
We kunnen aleen maar weten wat we niet zijn
We kunnen alleen maar weten wat we niet zijn;
we kunnen nooit kennen wat we zijn,
want we zijn het kennen.
Zie op het moment zelf hoe dit begrijpen op je inwerkt:
dat je het nooit kunt kennen,
je kunt het niet vertegenwoordigen,
je kunt het alleen maar zijn.
Dan is er een natuurlijk, onvermijdelijk opgeven.
Het is een transformatie van energie.
Er gebeurt iets in je lichaam, in je hersencellen,
en er komt een moment dat je voelt dat je niets bent,
en je voelt jezelf in dit niets.
In dit niets is er volheid.
we kunnen nooit kennen wat we zijn,
want we zijn het kennen.
Zie op het moment zelf hoe dit begrijpen op je inwerkt:
dat je het nooit kunt kennen,
je kunt het niet vertegenwoordigen,
je kunt het alleen maar zijn.
Dan is er een natuurlijk, onvermijdelijk opgeven.
Het is een transformatie van energie.
Er gebeurt iets in je lichaam, in je hersencellen,
en er komt een moment dat je voelt dat je niets bent,
en je voelt jezelf in dit niets.
In dit niets is er volheid.
(Jean Klein)
maandag 24 maart 2008
Wie ben ik?
Wie ben ik?
Heeft er ooit, sinds de aarde bestaat, een mens bestaan,
die op deze vraag het juiste antwoord wist?
Ik ben de onzichtbare nachtegaal, die in de kooi zit en zingt.
Maar niet alle spijlen van de kooi trillen mee, als hij zingt.
Hoe vaak heb ik in jou niet een lied aangeheven,
opdat je mij mocht horen, maar jij was doof, je leven lang.
Niets in de ganse kosmos was jou steeds zo nabij en eigen als ik,
en nu vraag je mij, wie ik ben?
Menig mens is zo vervreemd van zijn eigen ziel,
dat hij dood ineenstort,
wanneer het moment gekomen is dat hij haar aanschouwt.
Hij herkent haar dan niet meer;
zij draagt het gelaat van de gewone daden,
die hij volbracht heeft en waarvan hij heimelijk vreest,
dat zij zijn ziel bevlekt zou kunnen hebben.
Mijn lied kan je alleen horen, als je het meezingt.
Heeft er ooit, sinds de aarde bestaat, een mens bestaan,
die op deze vraag het juiste antwoord wist?
Ik ben de onzichtbare nachtegaal, die in de kooi zit en zingt.
Maar niet alle spijlen van de kooi trillen mee, als hij zingt.
Hoe vaak heb ik in jou niet een lied aangeheven,
opdat je mij mocht horen, maar jij was doof, je leven lang.
Niets in de ganse kosmos was jou steeds zo nabij en eigen als ik,
en nu vraag je mij, wie ik ben?
Menig mens is zo vervreemd van zijn eigen ziel,
dat hij dood ineenstort,
wanneer het moment gekomen is dat hij haar aanschouwt.
Hij herkent haar dan niet meer;
zij draagt het gelaat van de gewone daden,
die hij volbracht heeft en waarvan hij heimelijk vreest,
dat zij zijn ziel bevlekt zou kunnen hebben.
Mijn lied kan je alleen horen, als je het meezingt.
(Gustav Meyrink)
zaterdag 22 maart 2008
Het huis van de ziel
Wanneer ik zeg dat men tot zichzelf moet inkeren,
dan spreek ik niet over een huis waarin men zich moet opsluiten,
tenzij over het huis van de ziel.
Uw eigen lichaam is het tijdelijke huis der ziel.
Daarin moet ge tot rust komen;
daarin moet ge eerst heer en meester zijn,
wanneer ge ooit dat lichtrijk in uzelf wilt vinden.
Wanneer ge alleen aandacht schenkt
aan de verlangens van het lichaam om ze tevreden te stellen
en die verlangens niet in uw dienst weet te dwingen,
dan zal de ziel in het lichaam geen huis vinden,
maar slechts een slagveld en een ruïne.
dan spreek ik niet over een huis waarin men zich moet opsluiten,
tenzij over het huis van de ziel.
Uw eigen lichaam is het tijdelijke huis der ziel.
Daarin moet ge tot rust komen;
daarin moet ge eerst heer en meester zijn,
wanneer ge ooit dat lichtrijk in uzelf wilt vinden.
Wanneer ge alleen aandacht schenkt
aan de verlangens van het lichaam om ze tevreden te stellen
en die verlangens niet in uw dienst weet te dwingen,
dan zal de ziel in het lichaam geen huis vinden,
maar slechts een slagveld en een ruïne.
(Evert van Eeden)
Abonneren op:
Reacties (Atom)