woensdag 1 december 2010
Denken en Hart
Het Zelf is het Hart, en brengt zelf licht voort. Verlichting komt voort uit het hart en bereikt de hersenen, die de zetel zijn van het denkvermogen. De wereld wordt gezien met het denkvermogen; zo zie je de wereld door het gereflecteerde licht van het Zelf. De wereld wordt waargenomen door de activiteit van het denkvermogen. Wanneer het denken is verlicht, is het zich bewust van de wereld; wanneer het niet verlicht is, is het zich niet bewust van de wereld.
Als het denken naar binnen wordt gekeerd, naar de bron van verlichting, houdt objectieve kennis op te bestaan, en alleen het Zelf straalt als het Hart.
De maan schijnt door het licht van de zon te reflecteren. Als de zon onder is, is de maan nuttig om dingen zichtbaar te maken. Wanneer de zon op is gekomen heeft niemand de naam nodig, ook al is de maanschijf aan de hemel nog zichtbaar. Zo is het ook met het denkvermogen en het Hart. Het denken is nuttig vanwege het licht dat het reflecteert. Het wordt gebruikt om dingen zichtbaar te maken. Als het naar binnen wordt gekeerd gaat het op in de bron van verlichting die uit zichzelf straalt, en het denken is dan als de maan bij dag.
Als het donker is heeft men een lamp nodig. Maar wanneer de zon op is heeft men de lamp niet nodig; het is voldoende als je je ogen op de zelflichtende zon richt. Zo is het ook met het denken; om objecten waar te nemen is het licht dat door het denken wordt gereflecteerd noodzakelijk. Om het Hart te zien is het voldoende dat het denken zich daarop richt. Dan doet het denken er niet meer toe en straalt het Hart vanuit zichzelf.
Als het denken naar binnen wordt gekeerd, naar de bron van verlichting, houdt objectieve kennis op te bestaan, en alleen het Zelf straalt als het Hart.
De maan schijnt door het licht van de zon te reflecteren. Als de zon onder is, is de maan nuttig om dingen zichtbaar te maken. Wanneer de zon op is gekomen heeft niemand de naam nodig, ook al is de maanschijf aan de hemel nog zichtbaar. Zo is het ook met het denkvermogen en het Hart. Het denken is nuttig vanwege het licht dat het reflecteert. Het wordt gebruikt om dingen zichtbaar te maken. Als het naar binnen wordt gekeerd gaat het op in de bron van verlichting die uit zichzelf straalt, en het denken is dan als de maan bij dag.
Als het donker is heeft men een lamp nodig. Maar wanneer de zon op is heeft men de lamp niet nodig; het is voldoende als je je ogen op de zelflichtende zon richt. Zo is het ook met het denken; om objecten waar te nemen is het licht dat door het denken wordt gereflecteerd noodzakelijk. Om het Hart te zien is het voldoende dat het denken zich daarop richt. Dan doet het denken er niet meer toe en straalt het Hart vanuit zichzelf.
(Sri Ramana Maharshi)
maandag 29 november 2010
Stilte
De golven van het denken
vragen zoveel van Stilte.
Maar zij zegt niets terug,
geeft geen antwoord of tegenargument.
Zij is de verborgen acteur van elke gedachte,
elk gevoel,
elk moment.
Stilte.
Zij spreekt slechts één woord.
En dat woord is dit bestaan zelf.
Geen naam die je haar geeft
komt in haar buurt,
omschrijft haar helemaal.
Geen begrip kan haar omvatten.
De geest werpt zich voor Stilte
en vraagt binnen te mogen.
Maar geen geest kan haar
stralende duisternis binnengaan.
Haar zuivere en glimlachende
niets.
De geest stort zich
in dringende vragen.
Maar Stilte blijft
onbewogen onder emotioneel geweld.
Ze vraagt slechts om niets.
Niets.
Maar dat wil je haar niet geven,
omdat dat je laatste dubbeltje is.
En je zou haar liever
jouw eisen geven dan
je oprecht lege handen.
><
Alles springt op om het mysterie te vieren,
maar alleen niets gaat de heilige bron binnen,
de zwijgende essentie.
Alleen niets wordt aangeraakt en heilig,
realiseert zijn eigen goddelijkheid,
beseft wat het is
zonder de hulp van één gedachte.
Stilte is mijn geheim.
Niet verborgen.
Niet verborgen.
(Adyashanti)
woensdag 24 november 2010
Het zelf vergeten
Alle dingen zijn Boeddha-dharma – daarom zijn er illusies, verwerkelijking,
oefening, geboorte en dood, boeddha's en schepselen.
De ontelbare dingen bezitten geen blijvend zelf – daarom zijn er geen illusies, geen verwerkelijking, geen oefening, geen geboorte en dood, geen boeddha's en schepselen.
De boeddha-weg is wezenlijk een je ontdoen van overvloed en gebrek – dus zijn er geboorte en dood,
illusie en verwerkelijking, schepselen en boeddha's.
Maar al mag dat zo zijn, in waardering verwelkt de bloesem, en in hekel verspreidt zich het onkruid.
Het voortgaan van het zelf en de ontelbare dingen verlichten, is verwarring.
Het naar voren treden van de ontelbare dingen die het zelf verlichten, is ontwaken.
Zij die verwarring helemaal verlichten, zijn boeddha's.
Zij die verlichting helemaal verwarren, zijn schepselen.
Bovendien, er zijn mensen die verwerkelijking op verwerkelijking ervaren,
en er zijn mensen die binnen illusies nog eens illusies bezitten.
Boeddha's die werkelijk boeddha's zijn, hoeven niet te beseffen dat zij boeddha's zijn.
Maar zij zijn verwerkelijkte boeddha's, en zij blijven boeddhaschap verwerkelijken.
Wanneer je met volledige betrokkenheid van lichaam en geest vormen ziet of geluiden hoort,
dan is dat rechtstreeks gewaarzijn.
Maar het is niet zoals dingen die weerkaatst worden in een spiegel,
of als de maan die weerspiegeld wordt op het water.
Als de ene zijde wordt verlicht, blijft de andere donker.
De boeddha-weg bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is verlicht worden door alle dingen.
In het verlicht worden door alle dingen, vallen zowel je eigen alsook andermans lichaam en geest weg.
Er blijft geen spoor van verlichting over, en deze spoorloosheid kent geen einde.
Als je voor het eerst op zoek gaat naar Dharma, heb je de indruk dat je er ver van verwijderd bent.
Maar op het moment dat Dharma op de juiste manier wordt overgedragen,
ben je onmiddellijk je oorspronkelijke zelf.
Wie in een boot vaart en naar de oever kijkt, kan wellicht aannemen dat het de oever is die beweegt.
Maar als je je blik rechtstreeks op de boot richt, dan kun je zien dat de boot voortbeweegt.
Zo zou je, als je met een verward idee van lichaam en geest de ontelbare dingen onderzoekt ,
ook kunnen veronderstellen dat jouw geest en jouw aard blijvend zijn.
Maar als je met volledige betrokkenheid oefent en terugkeert tot waar jij bent,
dan zal het duidelijk zijn dat er niets bestaat dat een onveranderlijk zelf bezit.
oefening, geboorte en dood, boeddha's en schepselen.
De ontelbare dingen bezitten geen blijvend zelf – daarom zijn er geen illusies, geen verwerkelijking, geen oefening, geen geboorte en dood, geen boeddha's en schepselen.
De boeddha-weg is wezenlijk een je ontdoen van overvloed en gebrek – dus zijn er geboorte en dood,
illusie en verwerkelijking, schepselen en boeddha's.
Maar al mag dat zo zijn, in waardering verwelkt de bloesem, en in hekel verspreidt zich het onkruid.
Het voortgaan van het zelf en de ontelbare dingen verlichten, is verwarring.
Het naar voren treden van de ontelbare dingen die het zelf verlichten, is ontwaken.
Zij die verwarring helemaal verlichten, zijn boeddha's.
Zij die verlichting helemaal verwarren, zijn schepselen.
Bovendien, er zijn mensen die verwerkelijking op verwerkelijking ervaren,
en er zijn mensen die binnen illusies nog eens illusies bezitten.
Boeddha's die werkelijk boeddha's zijn, hoeven niet te beseffen dat zij boeddha's zijn.
Maar zij zijn verwerkelijkte boeddha's, en zij blijven boeddhaschap verwerkelijken.
Wanneer je met volledige betrokkenheid van lichaam en geest vormen ziet of geluiden hoort,
dan is dat rechtstreeks gewaarzijn.
Maar het is niet zoals dingen die weerkaatst worden in een spiegel,
of als de maan die weerspiegeld wordt op het water.
Als de ene zijde wordt verlicht, blijft de andere donker.
De boeddha-weg bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is verlicht worden door alle dingen.
In het verlicht worden door alle dingen, vallen zowel je eigen alsook andermans lichaam en geest weg.
Er blijft geen spoor van verlichting over, en deze spoorloosheid kent geen einde.
Als je voor het eerst op zoek gaat naar Dharma, heb je de indruk dat je er ver van verwijderd bent.
Maar op het moment dat Dharma op de juiste manier wordt overgedragen,
ben je onmiddellijk je oorspronkelijke zelf.
Wie in een boot vaart en naar de oever kijkt, kan wellicht aannemen dat het de oever is die beweegt.
Maar als je je blik rechtstreeks op de boot richt, dan kun je zien dat de boot voortbeweegt.
Zo zou je, als je met een verward idee van lichaam en geest de ontelbare dingen onderzoekt ,
ook kunnen veronderstellen dat jouw geest en jouw aard blijvend zijn.
Maar als je met volledige betrokkenheid oefent en terugkeert tot waar jij bent,
dan zal het duidelijk zijn dat er niets bestaat dat een onveranderlijk zelf bezit.
(Dogen Zenji)
maandag 22 november 2010
zondag 21 november 2010
De geur van Oneindigheid
Ejn Sof is niet in afwachting gekend te worden,
brengt einde noch begin voort.
Het oorspronkelijk Niets-zijn bracht het begin en het einde voort.
Wie is het begin?
Het hoogste punt, het begin van alles,
de verborgen Ene die afwacht in gedachten.
Het bezwangert ook het einde,
het hoogtepunt van het woord.
Maar daar, geen einde.
Geen verlangens, geen lichten,
geen vonken in die Oneindigheid.
Al deze lichten en vonken zijn ervan afhankelijk
maar kunnen niet begrijpen.
De enige die weet, echter zonder te weten,
is het hoogste verlangen,
het verborgene van al het verborgene, Niets-zijn.
Zoals het hoogste punt
en de wereld die komt opstijgen,
kennen ze alleen de geur,
zoals iemand die een lieflijke geur inademt lieflijk wordt.
(Zohar - Daniel C. Matt)
dinsdag 16 november 2010
Na de regen
Jij laatste
Kom maar, jij laatste die ik erken,
heilloze pijn in dit vleselijk weefsel:
zie, het vuur waarmee ik mijn geest verteerde
brandt in jou; lang heeft het hout zich verzet
tegen meegaan met de vlam die jij schiet,
nu echter voed ik jou en brand in jou.
Mijn mildheid hier wordt in jouw woeden
een woede van de vreemdste hel.
Heel puur, heel onbekommerd vrij van toekomst
beklom ik de van lijden ontregelde brandstapel,
om niets komends zo te vergaren
voor dit hart waarin de voorraad zweeg.
Ben ik het nog, in dit onkenbare branden?
Herinneringen sleur ik niet naar binnen.
O leven, leven: ruimte zijn.
En ik in lichterlaaie. Niemand die mij kent.
[Laat los. Dit is niet zoals ziekte was -
ooit in de kindertijd. Oponthoud. Aanleiding
tot groter worden. Alles riep en roerde zich.
Vermeng dit niet met wat jou jong verbaasde.]
heilloze pijn in dit vleselijk weefsel:
zie, het vuur waarmee ik mijn geest verteerde
brandt in jou; lang heeft het hout zich verzet
tegen meegaan met de vlam die jij schiet,
nu echter voed ik jou en brand in jou.
Mijn mildheid hier wordt in jouw woeden
een woede van de vreemdste hel.
Heel puur, heel onbekommerd vrij van toekomst
beklom ik de van lijden ontregelde brandstapel,
om niets komends zo te vergaren
voor dit hart waarin de voorraad zweeg.
Ben ik het nog, in dit onkenbare branden?
Herinneringen sleur ik niet naar binnen.
O leven, leven: ruimte zijn.
En ik in lichterlaaie. Niemand die mij kent.
[Laat los. Dit is niet zoals ziekte was -
ooit in de kindertijd. Oponthoud. Aanleiding
tot groter worden. Alles riep en roerde zich.
Vermeng dit niet met wat jou jong verbaasde.]
(Rainer Maria Rilke)
zaterdag 13 november 2010
Hechten aan gedachten
Hecht je aan niets. Ook niet aan je ongehecht zijn. Wat je vast wilt houden zijn altijd illusies.
In het leven kun je niets vasthouden. Wordt daarom voorbijganger. Ga voorbij aan het spel der begoochelingen.
Wordt de nietsbezittende.
Iedere gedachte dat je iets bezit is een duistere wolk die je belemmert te zien wie je bent.
Niets binnen je of buiten je is van jou. Hoe zou het Geheel iets kunnen bezitten?
In jou is alles aanwezig en toch bezit je niets. In het verleden graaf je naar oude gedachten.
Oude vruchten. Oude idealen. Oude kennis. Je woont in de ruïne van het bestaan.
Je houdt je vast aan het verleden omdat je niet los van je ik kunt komen.
En als het verleden je niet voldoende geven kan schep je een toekomst.
In de toekomst zal er iets gebeuren. In de toekomst zul je iets verwerkelijken.
In de toekomst zul je voortbestaan. Het is allemaal waan.
Een boom van waan met luchtwortels zonder aarde. Takken zonder hemel. Bladeren zonder groen.
Waarom zoeken naar een doel? Waarom iets verwachten.
Bekijk je onvrede. Doorschouw je illusies.
Steeds maar weer bouw je nieuwe bruggen.
Of ze nu naar een verleden of naar een toekomst zijn gebouwd, het hout is rot.
Je loopt maar heen en weer. Je wandelt van de ene naar de andere oever.
Je verkeert in verleden of toekomst. Nimmer hier-nu.
Pas als al je gedachtebruggen instorten, val je in het levende water.
Pas als de denker vernietigd is, is er hier-nu.
Je zult je ertegen verzetten. Het denken zal zich verzetten. Met alle kracht.
Slimheid zal alle paarden voor je koets van begeerten spannen. Woede zal je zweep zijn.
Alle gedachtezwaarden van verleden en toekomst zul je gebruiken
om te voorkomen dat je gedachtebruggen vernietigd worden.
Om te voorkomen dat de denker vernietigd wordt.
Je houdt van je gedachtebruggen. Ze zien er immers groots uit.
Overal zijn ze aanwezig. Over de hele wereld kun je ze zien.
Jij bent de bouwer van deze bruggen. Jij bent de trotse bouwer van verleden en toekomst.
Geef het toe: je bent bang. Je bent bang dat er niets meer overblijft als de denker verdwenen is.
En het is waar. Het is volkomen waar. Van jou blijft er niets meer over.
Net als bruggen sterf je volledig.
De illusie van de denker en de illusie van een 'ik' storten ineen…..
In het leven kun je niets vasthouden. Wordt daarom voorbijganger. Ga voorbij aan het spel der begoochelingen.
Wordt de nietsbezittende.
Iedere gedachte dat je iets bezit is een duistere wolk die je belemmert te zien wie je bent.
Niets binnen je of buiten je is van jou. Hoe zou het Geheel iets kunnen bezitten?
In jou is alles aanwezig en toch bezit je niets. In het verleden graaf je naar oude gedachten.
Oude vruchten. Oude idealen. Oude kennis. Je woont in de ruïne van het bestaan.
Je houdt je vast aan het verleden omdat je niet los van je ik kunt komen.
En als het verleden je niet voldoende geven kan schep je een toekomst.
In de toekomst zal er iets gebeuren. In de toekomst zul je iets verwerkelijken.
In de toekomst zul je voortbestaan. Het is allemaal waan.
Een boom van waan met luchtwortels zonder aarde. Takken zonder hemel. Bladeren zonder groen.
Waarom zoeken naar een doel? Waarom iets verwachten.
Bekijk je onvrede. Doorschouw je illusies.
Steeds maar weer bouw je nieuwe bruggen.
Of ze nu naar een verleden of naar een toekomst zijn gebouwd, het hout is rot.
Je loopt maar heen en weer. Je wandelt van de ene naar de andere oever.
Je verkeert in verleden of toekomst. Nimmer hier-nu.
Pas als al je gedachtebruggen instorten, val je in het levende water.
Pas als de denker vernietigd is, is er hier-nu.
Je zult je ertegen verzetten. Het denken zal zich verzetten. Met alle kracht.
Slimheid zal alle paarden voor je koets van begeerten spannen. Woede zal je zweep zijn.
Alle gedachtezwaarden van verleden en toekomst zul je gebruiken
om te voorkomen dat je gedachtebruggen vernietigd worden.
Om te voorkomen dat de denker vernietigd wordt.
Je houdt van je gedachtebruggen. Ze zien er immers groots uit.
Overal zijn ze aanwezig. Over de hele wereld kun je ze zien.
Jij bent de bouwer van deze bruggen. Jij bent de trotse bouwer van verleden en toekomst.
Geef het toe: je bent bang. Je bent bang dat er niets meer overblijft als de denker verdwenen is.
En het is waar. Het is volkomen waar. Van jou blijft er niets meer over.
Net als bruggen sterf je volledig.
De illusie van de denker en de illusie van een 'ik' storten ineen…..
(Marcel Messing)
woensdag 10 november 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)