zondag 21 november 2010

Eikenbladeren - II

Dans in het licht - III

De geur van Oneindigheid

Ejn Sof is niet in afwachting gekend te worden, 
brengt einde noch begin voort.
Het oorspronkelijk Niets-zijn bracht het begin en het einde voort.
Wie is het begin?
Het hoogste punt, het begin van alles,
de verborgen Ene die afwacht in gedachten.
Het bezwangert ook het einde,
het hoogtepunt van het woord.
Maar daar, geen einde.
Geen verlangens, geen lichten,
geen vonken in die Oneindigheid.
Al deze lichten en vonken zijn ervan afhankelijk
maar kunnen niet begrijpen.
De enige die weet, echter zonder te weten,
is het hoogste verlangen,
het verborgene van al het verborgene, Niets-zijn.
Zoals het hoogste punt 
en de wereld die komt opstijgen,
kennen ze alleen de geur,
zoals iemand die een lieflijke geur inademt lieflijk wordt.
(Zohar - Daniel C. Matt)

dinsdag 16 november 2010

Na de regen

Vurige wolken - III

Jij laatste

Kom maar, jij laatste die ik erken,
heilloze pijn in dit vleselijk weefsel:
zie, het vuur waarmee ik mijn geest verteerde
brandt in jou; lang heeft het hout zich verzet
tegen meegaan met de vlam die jij schiet,
nu echter voed ik jou en brand in jou.
Mijn mildheid hier wordt in jouw woeden
een woede van de vreemdste hel.
Heel puur, heel onbekommerd vrij van toekomst
beklom ik de van lijden ontregelde brandstapel,
om niets komends zo te vergaren
voor dit hart waarin de voorraad zweeg.
Ben ik het nog, in dit onkenbare branden?
Herinneringen sleur ik niet naar binnen.
O leven, leven: ruimte zijn.
En ik in lichterlaaie. Niemand die mij kent.

[Laat los. Dit is niet zoals ziekte was -
ooit in de kindertijd. Oponthoud. Aanleiding
tot groter worden. Alles riep en roerde zich.
Vermeng dit niet met wat jou jong verbaasde.]
(Rainer Maria Rilke)

zaterdag 13 november 2010

Zeegezicht - X

Brussel, de stad, de mensen

Expositie Johan Beckers - Bornem

Hechten aan gedachten

Hecht je aan niets. Ook niet aan je ongehecht zijn. Wat je vast wilt houden zijn altijd illusies. 
In het leven kun je niets vasthouden. Wordt daarom voorbijganger. Ga voorbij aan het spel der begoochelingen. 
Wordt de nietsbezittende. 
Iedere gedachte dat je iets bezit is een duistere wolk die je belemmert te zien wie je bent. 
Niets binnen je of buiten je is van jou. Hoe zou het Geheel iets kunnen bezitten? 
In jou is alles aanwezig en toch bezit je niets. In het verleden graaf je naar oude gedachten. 
Oude vruchten. Oude idealen. Oude kennis. Je woont in de ruïne van het bestaan. 
Je houdt je vast aan het verleden omdat je niet los van je ik kunt komen. 
En als het verleden je niet voldoende geven kan schep je een toekomst. 
In de toekomst zal er iets gebeuren. In de toekomst zul je iets verwerkelijken. 
In de toekomst zul je voortbestaan. Het is allemaal waan.  
Een boom van waan met luchtwortels zonder aarde. Takken zonder hemel. Bladeren zonder groen. 
Waarom zoeken naar een doel? Waarom iets verwachten. 
Bekijk je onvrede. Doorschouw je illusies. 
Steeds maar weer bouw je nieuwe bruggen. 
Of ze nu naar een verleden of naar een toekomst zijn gebouwd, het hout is rot. 
Je loopt maar heen en weer. Je wandelt van de ene naar de andere oever. 
Je verkeert in verleden of toekomst. Nimmer hier-nu. 
Pas als al je gedachtebruggen instorten, val je in het levende water. 
Pas als de denker vernietigd is, is er hier-nu. 
Je zult je ertegen verzetten. Het denken zal zich verzetten. Met alle kracht. 
Slimheid zal alle paarden voor je koets van begeerten spannen. Woede zal je zweep zijn. 
Alle gedachtezwaarden van verleden en toekomst zul je gebruiken 
om te voorkomen dat je gedachtebruggen vernietigd worden. 
Om te voorkomen dat de denker vernietigd wordt. 
Je houdt van je gedachtebruggen. Ze zien er immers groots uit. 
Overal zijn ze aanwezig. Over de hele wereld kun je ze zien. 
Jij bent de bouwer van deze bruggen. Jij bent de trotse bouwer van verleden en toekomst. 
Geef het toe: je bent bang. Je bent bang dat er niets meer overblijft als de denker verdwenen is. 
En het is waar. Het is volkomen waar. Van jou blijft er niets meer over. 
Net als bruggen sterf je volledig. 
De illusie van de denker en de illusie van een 'ik' storten ineen….. 
(Marcel Messing)

woensdag 10 november 2010

Riet - XI

Blad amberboom

Het menierode boek

Zoals een mens de betekenis van een boek niet kan begrijpen als hij het slechts in de hand houdt of alleen de bladzijden omslaat zonder ze te lezen, zo brengt hem het verloop van zijn levenslot geen winst als hij de betekenis ervan niet begrijpt; de gebeurtenissen volgen elkaar op als de bladen van een boek die de dood omslaat; hij weet het: ze verschijnen en gaan voorbij en met het laatste is het boek uit.

Maar hij die aan het omslaan van de bladen, aan het enkele komen en gaan van de bladzijden geen aandacht schenkt, zich daarover niet verheugt of erover huilt en als een opmerkzame lezer met ingespannen aandacht woord voor woord tracht te verstaan, voor hem wordt spoedig een boek opengeslagen waarin een hoger lot staat opgetekend. Totdat tenslotte voor hem als voor een daartoe uitverkorene, het menierode boek dat alle geheimen bevat, als het allerhoogste open ligt.

Dat is de enige weg om aan de gevangenis van het fatum te ontkomen; iedere andere manier is een pijnlijk, vergeefs spartelen in de omstrikkingen van de dood.
De armsten in het leven zijn zij die hebben vergeten dat er aan gene zijde van de kerker een vrijheid bestaat - zij die gelijk zijn aan vogels die in een kooi zijn geboren en tevreden bij hun zaadbakje het vliegen hebben verleerd. Voor hen komt er nooit verlossing.
Het menierode boek zal hij echter nooit aanschouwen.
Hij voor wie het opengeslagen ligt, laat ook in hogere zin geen dood lichaam meer achter; hij trekt een stuk aarde in het geestelijke mee en lost het daarin op.
Zo werkt hij mee aan het grote werk van de goddelijke alchemie; hij verandert lood in goud; hij verandert oneindigheid in eeuwigheid.
...
Er staat in het menierode boek: "Hier ligt de sleutel van alle toverij verborgen. Het lichaam kan niets, de geest kan alles. Doe alles weg wat lichaam is, dan zal uw 'ik' als het helemaal naakt is geworden, als een zuivere geest beginnen te ademen."
(Gustav Meyrink)

vrijdag 5 november 2010

Alchemisch vat - II

Herfstkleuren - III

Daarom weet ik

daarom weet Ik gelukkig 
te moeten zijn: 
omdat ik 
niets kan aanrichten 
in een wereld 
rondom mij 
als mijn aanwezigheid niet tot voorbeeld strekt, 
als uit mij, 
niet de liefde 
voor iedereen 
spreekt.

ik moet nog zoveel leren en Ik durf het, 
omdat ik zo serieus ben 
als de duif 
die de hele dag 
in de boom voor mijn huis In haar nest zit.

tik ik even tegen het raam, kijkt ze op of om 
even later broedt ze weer, zonder zich iets 
van mij aan te trekken. 
Ik broed niet, 
ik zaai. 
ook ik heb het 
in een boom gevonden. 
ik heb ervan geleerd. 
het is onvoorstelbaar, 
het leeft in mij, 
in jou, 
in iedereen. 
niets gaat verloren. 
Ik leef niet voor niets. 
(Simon Vinkenoog )

woensdag 3 november 2010

Wonderboom - II

Ricinus communis

Ommegang - XV

Uiterst merkwaardig

Kijk eens goed rond in je hoofd. 
Vraag jezelf af: ben ik daar, in het midden, een paar centimeter achter mijn voorhoofd? 
Of een stukje lager, net boven het linkeroor? 
Of ergens achterin? 
Natuurlijk ben je helemaal nergens. 
En al gauw wordt dat uiterst merkwaardig, om nergens te zijn. 
Helemaal verdomd vreemd is het dat het geen donder uitmaakt dat je er niet bent, 
dat in de verlaten, schemerige ruimte van je hersenpan 
de gedachten gewoon blijven circuleren - de jouwe, een leven, opwellend, een onverklaarbare film - 
de jouwe, alsof het kleine mannetje dat er nooit geweest is, waarmee je je geïdentificeerd hebt, 
het al die tijd al wist! 
Alsof de ingebeelde passagier niet al meteen bij vertrek 
(door diens naamkaartje te confisqueren) 
de rol van conducteur heeft overgenomen! 
Alsof men nog steeds op ieder moment kennis zou kunnen maken met dit fantoom, 
de ware eigenaar van deze gedachten, van dit leven, van deze film!
(Stephen Jourdain)

maandag 1 november 2010

Zonsondergang aan zee - XIII

Gelderse roos - II

Waarheidliefde

Waarheid kent geen geheugen
zij neuriet steevast wiegelied

waarheid kent geen oorzaak
elk verschijnsel schenkt zich

waarheid kent geen facetten
haar kracht werkt snel en fel

waarheid kent geen namen
het ene duidt haar diep genoeg

waarheid kent geen verzet
ongemerkt word jij veroverd

waarheid kent geen doel
in alles volgt zij slechts zichzelf

waarheid kent geen aarzeling
van binnen is zij beeldloos

waarheid kent geen troost
alles is intiemste vreugd

waarheid kent geen teken
mysterie is haar aard

waarheid kent geen locatie
als woonplaats kiest zij leven

waarheid kent geen vragen
het ene antwoord ademt zij

waarheid kent geen hulp
tot elke klus is zij bereid

waarheid kent geen pardon
niets is haar onverschillig

waarheid kent geen opties
zij gruwt van overdaad

waarheid kent geen woorden
pijn wordt in haar hart gestild

waarheid kent geen leugen
liefde vult haar bodemloos

waarheid kent geen ander
zó is zij zich vertrouwd

waarheid kent geen zelf
zó graag verliest zij zich

waarheid kent geen einde
zij transformeert elk sterven

waarheid kent geen toekomst
haar volheid werkt voorgoed.

(Gedel)