maandag 30 november 2009
En dat noemen ze nu ziel...
Die voortdurende stroom van gevoelens, dat bent u ook.
Eigenlijk bent u dat meestal.
We denken meer: 'Ik wil nog een koekje', dan Hé, dat ben ik,
die daar zin heeft in een koekje.'
Het is het verschil tussen bewust, wakker, alert en onbewust,
slaperig, meedobberend op de stroom van de tijd of,
nog liever meezwemmend ondergedompeld in de stroom van de tijd.
En dát noemen ze nu ziel.
Datgene waardoor je merkt dat je leeft.
Waardoor je beweegt van het een naar het ander.
De geest is de beweger, de ziel de bewogene
en het lichaam is dat waarin je beweegt.
De wind waait over het water, het water maakt golven
en de golven spoelen aan op de kust.
Geest beweegt ziel, ziel stormt in het lichaam.
Maar hoe meer de automatische piloot de ziel overneemt,
hoe meer er alleen een afdruk van de golfslag
op het strand overblijft.
De ziel was hier.
Maar nu is het alleen afdruk.
Herinnering.
Dit is de voortdurende strijd van de mens.
Niet de strijd tegen de dood van het lichaam
maar de strijd tegen de dood van de ziel.
Dáár gaat het leven over.
Eigenlijk bent u dat meestal.
We denken meer: 'Ik wil nog een koekje', dan Hé, dat ben ik,
die daar zin heeft in een koekje.'
Het is het verschil tussen bewust, wakker, alert en onbewust,
slaperig, meedobberend op de stroom van de tijd of,
nog liever meezwemmend ondergedompeld in de stroom van de tijd.
En dát noemen ze nu ziel.
Datgene waardoor je merkt dat je leeft.
Waardoor je beweegt van het een naar het ander.
De geest is de beweger, de ziel de bewogene
en het lichaam is dat waarin je beweegt.
De wind waait over het water, het water maakt golven
en de golven spoelen aan op de kust.
Geest beweegt ziel, ziel stormt in het lichaam.
Maar hoe meer de automatische piloot de ziel overneemt,
hoe meer er alleen een afdruk van de golfslag
op het strand overblijft.
De ziel was hier.
Maar nu is het alleen afdruk.
Herinnering.
Dit is de voortdurende strijd van de mens.
Niet de strijd tegen de dood van het lichaam
maar de strijd tegen de dood van de ziel.
Dáár gaat het leven over.
(Hans Moolenburgh)
donderdag 26 november 2009
Voorbijtrekkend landschap
Men zou moeten kunnen weggaan
En toch zijn als een boom:
Alsof de wortel in de bodem bleef
Als trok het landschap voorbij en wij stonden vast.
Men moet de adem inhouden,
Tot de wind nalaat
En de vreemde lucht om ons heen begint te draaien,
Tot het spel van licht en schaduw,
Van groen en blauw,
De oude vormen toont,
En wij thuis zijn,
Waar dat ook is,
En kunnen neerzitten en aanleunen.
En toch zijn als een boom:
Alsof de wortel in de bodem bleef
Als trok het landschap voorbij en wij stonden vast.
Men moet de adem inhouden,
Tot de wind nalaat
En de vreemde lucht om ons heen begint te draaien,
Tot het spel van licht en schaduw,
Van groen en blauw,
De oude vormen toont,
En wij thuis zijn,
Waar dat ook is,
En kunnen neerzitten en aanleunen.
(Hilde Domin)
woensdag 25 november 2009
Inkeer
Als ik heel stil ben
kan ik vanuit mijn bed
de zee horen ruisen
maar stil zijn is niet genoeg
ik moet ook mijn gedachten losmaken van het land
Het is niet genoeg
de gedachten los te maken van het vasteland
ik moet ook mijn ademhaling aanpassen aan de zee
omdat ik bij het inademen minder hoor
Het is niet genoeg
de ademhaling aan te passen aan de zee
ik moet ook mijn handen en voeten hun ongeduld ontnemen
Het is niet genoeg
handen en voeten te kalmeren
ik moet ook de beelden weggeven
Het is niet genoeg
de beelden weg te geven
ik moet ook ophouden met moeten
Het is niet genoeg
met moeten op te houden
zolang ik mijn ik niet verlaat
Het is niet genoeg het ik te laten varen
ik leer vallen
Het is niet genoeg
te vallen
maar terwijl ik val
en mezelf ontzink
houd ik op
de zee te zoeken
omdat de zee nu
de kust heeft verlaten
in mijn kamer kwam
en mij is
Als ik heel stil ben.
kan ik vanuit mijn bed
de zee horen ruisen
maar stil zijn is niet genoeg
ik moet ook mijn gedachten losmaken van het land
Het is niet genoeg
de gedachten los te maken van het vasteland
ik moet ook mijn ademhaling aanpassen aan de zee
omdat ik bij het inademen minder hoor
Het is niet genoeg
de ademhaling aan te passen aan de zee
ik moet ook mijn handen en voeten hun ongeduld ontnemen
Het is niet genoeg
handen en voeten te kalmeren
ik moet ook de beelden weggeven
Het is niet genoeg
de beelden weg te geven
ik moet ook ophouden met moeten
Het is niet genoeg
met moeten op te houden
zolang ik mijn ik niet verlaat
Het is niet genoeg het ik te laten varen
ik leer vallen
Het is niet genoeg
te vallen
maar terwijl ik val
en mezelf ontzink
houd ik op
de zee te zoeken
omdat de zee nu
de kust heeft verlaten
in mijn kamer kwam
en mij is
Als ik heel stil ben.
(Dorothee Sölle)
zaterdag 21 november 2009
Vraagteken, een wonder?
Wie geen vraagteken zet bij wat hij denkt,
bevindt zich in een wereld van pijn.
Zo eenvoudig is het.
Als een gedachte je stress bezorgt
en je zet er een vraagteken bij,
is de stress verdwenen.
Als het denken eindelijk zichzelf gaat begrijpen,
breekt de humor door.
Dan begint het denken
aan zijn eigen losse draadjes te trekken
en valt het hele breiwerk van overtuigingen uiteen.
En wat er overblijft, wordt steeds vriendelijker.
Ik vind dat heerlijk.
Als er iets overblijft, is het dankbaarheid.
(Byron Katie)
donderdag 19 november 2009
Wat ik ben
Eén ding is me duidelijk aan het worden,
en dat is dat niets op zichzelf staat.
Alles is met alles vervlochten
en maakt deel uit van iets groters,
dat ook weer deel uitmaakt van iets groters:
een soort energetisch labyrint van het zelf
waarbij alles met elkaar samenhangt.
Het weefsel van dit zelf is heel complex:
de draden lopen niet in mooie rechte lijnen,
maar in chaotische, multi-dimensionale,
wervelende patronen;
sommige zijn zichtbaar,
andere liggen dieper en zijn niet te zien.
Dit is mijn zolder.
Dit is mijn wandkleed, mijn weefsel.
Het weefsel ben ik zelf,
maar ik ben niet de wever ervan.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof ik het ben,
maar zodra ik dichterbij kom
en zie waar het werkelijk uit bestaat,
zodra ik de afzonderlijke patronen,
de miljoenen draden, kan onderscheiden,
verdwijn 'ik'
en blijft er alleen maar een willekeurige lappendeken
van herinneringen en emoties over.
Dat is wat ik ben.
Dat is alles wat ik ben.
en dat is dat niets op zichzelf staat.
Alles is met alles vervlochten
en maakt deel uit van iets groters,
dat ook weer deel uitmaakt van iets groters:
een soort energetisch labyrint van het zelf
waarbij alles met elkaar samenhangt.
Het weefsel van dit zelf is heel complex:
de draden lopen niet in mooie rechte lijnen,
maar in chaotische, multi-dimensionale,
wervelende patronen;
sommige zijn zichtbaar,
andere liggen dieper en zijn niet te zien.
Dit is mijn zolder.
Dit is mijn wandkleed, mijn weefsel.
Het weefsel ben ik zelf,
maar ik ben niet de wever ervan.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof ik het ben,
maar zodra ik dichterbij kom
en zie waar het werkelijk uit bestaat,
zodra ik de afzonderlijke patronen,
de miljoenen draden, kan onderscheiden,
verdwijn 'ik'
en blijft er alleen maar een willekeurige lappendeken
van herinneringen en emoties over.
Dat is wat ik ben.
Dat is alles wat ik ben.
(Jed McKenna)
woensdag 18 november 2009
Wie ben ik?
Wie zich overal bij afvraagt 'Ik' - wie ben ik?, verliest alle valse zelfbeelden. Hij houdt op zich zelf in het middelpunt te plaatsen. Het ego praat ononderbroken. Het vraagt zich af of het wel goed overkomt, of mensen er wel op letten, of het alles wel goed doet enzovoorts. Ik ken mensen die nooit tot rust komen omdat ze steeds om hun ego heen draaien, omdat ze zich steeds afvragen of zij in hun ego niet te kort komen. De vraag wie ik ben brengt mij meer en meer bij mijn eigenlijke zelf, bij het punt waar ik werkelijk ik kan zeggen. Dit ik is in laatste instantie een geheim. Ik raak daar aan het onvervalste beeld dat God zich van mij heeft gemaakt. De vraag naar het ware zelf brengt mij in de innerlijke ruimte van mijn hart, waartoe de mensen geen toegang hebben. Daar kan ik ware rust vinden.
(Anselum Grün)
dinsdag 17 november 2009
De moeilijkste wegen
De moeilijkste wegen
worden alleen gegaan,
de teleurstelling, het verdriet,
het offer
zijn eenzaam.
Zelfs de dode die elk roepen beantwoordt
en geen verzoek verzaakt
staat ons niet bij
en ziet toe
of wij het redden.
De handen van de levenden die zich uitstrekken
zonder ons te bereiken
zijn als de takken van de bomen in de winter.
Alle vogels zwijgen.
Je hoort slechts je eigen voetstap
en de stap die je voet
nog niet is gegaan maar nog gaan zal.
Stil blijven staan en je omkeren
helpt niet. Er moet
worden gegaan.
Neem een kaars in je hand
als in de catacomben,
het vlammetje ademt nauwelijks.
En toch, als je lang bent gegaan,
blijft het wonder niet uit
omdat het wonder altijd geschiedt
en omdat wij zonder genade
niet kunnen leven:
de kaars vlamt op in de vrije adem van de dag,
je blaast hem lachend uit
als je de zon in treedt
en onder de bloeiende tuinen
de stad voor je ligt,
en de tafel in je huis
wit voor jou is gedekt.
En de verliesbare levenden
en de onverliesbare doden
het brood voor je breken en de wijn aanreiken
en jij hun stemmen weer hoort
heel dicht
bij je hart.
worden alleen gegaan,
de teleurstelling, het verdriet,
het offer
zijn eenzaam.
Zelfs de dode die elk roepen beantwoordt
en geen verzoek verzaakt
staat ons niet bij
en ziet toe
of wij het redden.
De handen van de levenden die zich uitstrekken
zonder ons te bereiken
zijn als de takken van de bomen in de winter.
Alle vogels zwijgen.
Je hoort slechts je eigen voetstap
en de stap die je voet
nog niet is gegaan maar nog gaan zal.
Stil blijven staan en je omkeren
helpt niet. Er moet
worden gegaan.
Neem een kaars in je hand
als in de catacomben,
het vlammetje ademt nauwelijks.
En toch, als je lang bent gegaan,
blijft het wonder niet uit
omdat het wonder altijd geschiedt
en omdat wij zonder genade
niet kunnen leven:
de kaars vlamt op in de vrije adem van de dag,
je blaast hem lachend uit
als je de zon in treedt
en onder de bloeiende tuinen
de stad voor je ligt,
en de tafel in je huis
wit voor jou is gedekt.
En de verliesbare levenden
en de onverliesbare doden
het brood voor je breken en de wijn aanreiken
en jij hun stemmen weer hoort
heel dicht
bij je hart.
(Hilde Domin)
Abonneren op:
Posts (Atom)